Onze visie in Visie?

Toen we op 27 januari met de kindjes op de trein zaten richting klimaatmars in Brussel, raakten we toevallig aan de praat met Dominique, die voor het tijdschrift VISIE schrijft. Hij vroeg ons of het ok was om ons wat vragen te stellen en een foto te nemen, omdat hij graag een artikel wilde schrijven over mensen die deelnemen aan de mars, en waarom ze dit doen.

We stemden daar mee in, en achteraf stelde Dominique ons ook nog wat vragen via mail: wie we zijn, waar we werken, waarom we meededen met de mars, of we wat meer uitleg konden geven over WOP!, wat we zelf al deden voor het klimaat en wat we van het beleid verwachten…

Vooral die laatste twee vragen zetten ons weer aan het denken…

Ja, we doen zeker al een aantal inspanningen voor een betere leefomgeving, maar anderzijds staan we dan vooral stil bij wat we nog niet doen en wat gerust nog wat beter kan. Het is een zoektocht die ons vaak bezighoudt en het blijft een groeiproces. Stap per stap proberen we steeds wat consequenter te streven naar een zo duurzaam mogelijke en tezelfdertijd aangename levensstijl. En vaak gaan die twee prima samen, het is gewoon kwestie van er voor te gaan. Zo proberen we bij de aankopen zo goed als mogelijk alle onnodige plastic te mijden, eten we matig vlees (2 tot 3x per week, en zoveel mogelijk van “eigen kweek” of met gekende herkomst), krijgt bio voorrang als het van niet té ver komt, letten we op voedselkilometers en proberen we seizoensgebonden te kopen, palmolie te mijden, etc. In de praktijk is duurzame productkeuze niet altijd evident, want het is vaak een hele zoektocht, etiketten lezen én proberen te begrijpen… Voor verplaatsingen binnen Tielt proberen we ook zoveel mogelijk de (bak)fiets te nemen. We vinden dit niet alleen belangrijk voor het milieu, maar ook onze dochters hopen we zo veilig in het verkeer te leren rijden. Wat niet altijd eenvoudig is, in de spits naar school tussen al het autoverkeer… Dat is in Tielt momenteel écht een vicieuze cirkel: ouders vinden de fiets niet veilig genoeg tussen alle auto’s en nemen dus zelf de auto en worden zo deel van het probleem… Voor uitstapjes nemen we waar mogelijk de trein. Intussen experimenteren we ook met het maken van onze eigen was- en schoonmaakproducten. En naar de slager gaan is bij ons met eigen potjes. Al die kleine dingen zijn eigenlijk echt niet zo ongelofelijk moeilijk. En de reacties zijn positief, we hopen dat het anderen kan inspireren…

Maar we zijn zeker niet heiliger dan de paus: in een aantal situaties en voor bepaalde verplaatsingen die met openbaar vervoer moeilijker zijn, nemen we toch de auto… Met drie jonge kindjes is dat toch moeilijk te mijden (hoewel niet onmogelijk, we weten dat er mensen zijn die hier wél in slagen en dat vinden we echt schitterend). We zoeken voortdurend waar we nog kunnen verbeteren. En ja… we moeten eerlijk zijn… onze recente (vliegtuig)reis naar Indonesië laat natuurlijk ook een voetafdruk achter… We zijn ons daar heel bewust van. Anderzijds reisden we ter plekke met een zo laag mogelijke impact (openbaar vervoer, herbruikbare drinkfles altijd op zak, …) en heeft deze reis zowel voor onszelf als voor de kindjes de blik op de wereld verruimd… En we hebben alvast als eerste stap de CO2 uitstoot van die reis gecompenseerd via steun aan een herbebossingsproject in Ethiopië, namelijk Trees For Farmers waar ik zelf bij betrokken ben. Bovendien: ik kan me nogal ergeren aan het type zure reacties waar bv ook YouthForClimate mee te maken krijgt. Dat het niet aan de jeugd zou zijn om ons te zeggen wat we moeten doen want dat ze zelf niet duurzaam bezig zijn… Maar mensen toch, daar gaat het toch helemaal niet om… Het is toch niet om het best, “jong” tegen “oud”, “wij” tegen “zij”? We verwachten toch niet dat enkel wie volledig klimaatneutraal is mag oproepen tot verbetering? Want dan zal het stil moeten blijven… We moeten beseffen dat we allemaal een serieuze inspanning moeten leveren. En ja, de jeugd die op straat komt zal dat ook (nog beter) moeten doen. Maar het is een niet te onderschatten belangrijke eerste stap. Het zorgt ervoor dat we gaan stilstaan bij wat we kunnen doen. Met impact en aandacht tot ver over de landsgrenzen, zo bevestigt ook dit artikel in El Pais. En het zet druk op de beleidsmakers. De rest is eigenlijk niet relevant. YouthForClimate? Goed bezig!

En niet onbelangrijk hierbij: het gaat om een groter geheel van ecologische impact, van streven naar duurzaamheid. Waar de jongeren voor op straat komen, gaat veel verder dan klimaat. Klimaat maakt daar een (wezenlijk) onderdeel van uit, maar laat ons het debat en de uitdaging nog ruimer aanpakken. We staan vandaag voor een uitdaging die holistisch moet aangepakt worden en waar zoveel mee samenhangt, ook sociale rechtvaardigheid, menselijkheid, … Ik sprak eerder deze week op een studiedag over ecologie waar ook Leo Van Broeck (Vlaams Bouwmeester) sprak. Een enorm plezier om naar te luisteren. Hij sprak over de uitdaging om “als soort te bestaan op een culturele, maatschappelijk waardevolle manier, maar toch in balans met het ecosysteem om ons heen.” Over het gebrek aan ambitie. Over onze chronische betonkoorts. Over het recht van elke levensvorm om ruimte te krijgen op onze aardbol. Hij had het ook even over de denktank met experts die opgericht wordt, en die best niet louter een “klimaat-denktank” maar eerder een “duurzaamheidsdenktank” zou genoemd worden.

En dat brengt ons ook een beetje bij de laatste vraag die Dominique van Visie ons stelde: wat we van het beleid verwachten… Tja, hier zouden we echt een hele lijst kunnen opsommen, maar lopen we meteen ook veel risico om al snel te vervallen in verkapte, geïsoleerde maatregelen…

Maar de essentie lijkt ons alvast: méér durf en méér ambitie. Niet in het defensief blijven om te zeggen hoe “goed” ze het al wel doen, maar ook durven erkennen wat beter kan. Echt in dialoog gaan. Ook durven kijken over de grenzen van partijen, beleidsdomeinen en verkiezingsmomenten heen: dit is echt iets wat iédereen aanbelangt en het beleid (op alle niveaus) draagt hier een grote verantwoordelijkheid. Dit betekent ook dat men lef moet hebben om weinig populaire beslissingen te nemen. Een belangrijke in onze ogen is bijvoorbeeld het afschaffen van salariswagens, of op z’n minst tankkaarten. Ook niet onbelangrijk, is dat men het brede plaatje moet blijven zien en zich als beleidsmaker niet blindstaart op één deelaspect. Ik geef een in mijn ogen belangrijk voorbeeld: isolatie. Er is momenteel enkel en alleen focus op energiebesparing en dus op isolatiewaarde. Natuurlijk is dit van groot belang maar men gaat bijna steevast voorbij aan de impact en de herkomst van het materiaal waarmee men werkt. Al dat PUR schuim en die oliegebaseerde isolatieplaten: zadelen we de planeet niet met een nieuw afvalprobleem op? Waarom geen extra stimulans voor mensen die met écht duurzame (maar vaak duurdere) materialen werken zoals kurk, hennep, miscanthus of cellulosevlokken. Een belangrijke stap vooruit op beleidsvlak wordt de ban van single use plastics zoals rietjes, ballonnen, plastic zakjes in de winkel, … Dat ziet er veelbelovend uit momenteel, maar zal nog waargemaakt moeten worden. Het mag allemaal ook wat sneller én ingrijpender. Het artikel in MO-magazine eerder deze week bevestigt nogmaals de omvang van het probleem. Als ik in het warenhuis sta en zie hoe er vaak meer plastic dan voedsel gekocht wordt, dan is dat erg deprimerend. De overheid moet hier gewoon komaf mee maken. Er zijn alternatieven en het volstaat niet om dit gewoon aan de consument over te laten die steeds teveel voor gemakzucht kiest.

Een ander heel belangrijk punt, is dat van CO2 taksen. Taksen voor gebruik van fossiele brandstoffen (woning, industrie, verkeer) en zeker ook taksen op luchtvaart. Het is absurd en oneerlijk dat je voor een fractie van de prijs van een TGV-rit naar het zuiden van Frankrijk kan vliegen… Dat moet écht anders.

De opbrengst van deze taksen kan geïnvesteerd worden in nieuwe infrastructuur (met focus op openbaar vervoer, fiets, … ), in duurzame mobiliteitsinitiatieven (autodelen, carpool, …), alsook in hernieuwbare energie. Verder stimuleren van passiefbouw of nulenergie woningen via bv lagere BTW tarieven.

In de industrie, maar zeker ook in de landbouw zijn er nog heel wat verbetermogelijkheden: stimuli voor landbouwpraktijken die het brandstofverbruik drastisch kunnen doen dalen, en voor landbouwpraktijken die onze landbouw meer robuust tegen klimaatverandering maken: meer diverse, gemengde teeltsystemen waar ook bomen een plaats krijgen. Zoals deze mensen het aanpakken bijvoorbeeld. Als we meer vrucht- en notenbomen in de landbouw introduceren, spelen we in op veranderende dieetbehoeftes (noten als vervangers voor dierlijke eiwitten) en hebben we voor de teelt ook minder brandstof nodig dan voor klassieke teelten. Ook de dierlijke productie kunnen we anders aanpakken: in eerste instantie via een afbouw van de veestapel. Een delicaat issue, maar we moeten het toch op tafel durven leggen. Zeker de productie van varkensvlees die voor een groot deel op export is gericht, maar die voor voedervoorziening afhankelijk is van import van soja uit onder meer Zuid-Amerika, is een pijnlijk gegeven. Maar die veranderingen mogen niet zomaar ten koste van de boer doorgevoerd worden. Kunnen we pleiten voor minder vlees, maar dan wel vlees op een duurzamer manier gekweekt en met een eerlijker (lees hogere) prijs voor de landbouwer? Want de belachelijk lage prijzen van vandaag werken massaproductie in de hand. En o ja: kunnen we ook hier aub vooral niet gaan polisariseren, zoals ook Guy Depraetere en Kurt Sannen bepleiten? Want met polariseren en zwart-wit pleidooien geraken we geen meter vooruit… Maar goed, dat is misschien weer stof voor een volgend tekstje…;)

En intussen is de Visie krant met ons artikeltje in de bus gevallen…

 

 

Mobili-tijd?

Belg gelooft niet in combimobiliteit”, zo stond er vandaag in het Metro krantje te lezen en konden alvast de treinreizigers onder ons lezen. Slechts één op de zes Belgen denkt dat combimobiliteit, oftewel het combineren van meerdere vervoersmiddelen om van punt A naar punt B te geraken, een oplossing is voor het fileprobleem. Denk aan auto + trein, auto + carpool, trein + fiets, … Gooien we niet te snel het kind met het badwater weg? Hebben we de mogelijkheden wel genoeg overwogen? De Belg blijft erg verknocht aan zijn auto, blijkt uit hetzelfde onderzoek… Maar aha! “opvallend is dat dit geloof bij jongeren veel hoger ligt…” Ze doen het toch niet slecht hé de laatste tijd, die jongeren, met hun #youthforclimate en #studentsforclimate!

Over autoverslaving gesproken: onderstaande bijna choquerende figuur van Eurostat toont aan hoe vaak de gemiddelde Belg een nieuwe auto koopt in vergelijking met andere landen… Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck schrijft daarover “De 4.000.000 auto’s die Vlaanderen ‘rijk’ is, rijden gemiddeld minder dan één uur per etmaal (tussen de 35 en de 55 minuten). Ze staan dus meer dan 23/24e van de tijd stil en hebben gemiddeld twee parkeerplaatsen per auto (thuis, op het werk, publieke ruimte, enz.) à rato van 30m² verharding per parkeerplaats. Dat komt overeen met 24.000 hectare verharding of parkeervloer voor blikken dozen die meestal stil staan. En als ze rijden staan ze ook nog bijna stil. Er is namelijk 70% van de dag-uren in Vlaanderen tussen de 100 en de 400 km file…

Stof tot nadenken?

eurostat

De auto demoniseren heeft natuurlijk ook weinig zin. Vanzelfsprekend blijft dit een bijzonder nuttig voertuig. Hoe kan een arts anders snel ter plaatse zijn als er iets voorvalt? Vanzelfsprekend is elke persoons- en gezinssituatie ook anders, zijn er mensen die beroepshalve weinig tot geen alternatieven hebben, en helpt het niet om met stenen te gooien. Maar een beetje kritisch kijken of het toch niet anders en beter kan, dat mag toch wel.

Er zijn zoveel kleine stapjes waar je zelf al kan beginnen. Met de (bak)fiets naar de winkel, in de mate van het mogelijke te voet of met de fiets naar school, naar de muziekschool, de sportvereniging, de jeugdbeweging. Of anders op z’n minst: carpoolen met de buren en vriendjes. Als we dan toch met de auto rijden, dan liefst met zo weinig mogelijk auto’s en met zoveel mogelijk volk erin!

Het doet me denken aan het publieke transport dat we in Afrika namen toen ik een dikke twaalf jaar geleden in Ethiopië werkte en woonde. De bus vertrok wanneer die vol was. Echt vol. Met mensen én met kippen en geiten, ook op het dak. Soms was dat lang wachten… Tijdverlies? Hangt er van af hoe je daar naar kijkt natuurlijk. In elk geval vaak plezant. En (kosten)efficiënt voor de busmaatschappij. En eigenlijk ook tijdsefficiënt als je het op niveau van de volledige groep bekijkt.

Maar dat zijn we verleerd. We bekijken tijdsefficiëntie steeds zeer individualistisch: alleen mijn tijd telt, op dit moment. Maar wat blijft nog over van die tijdsefficiëntie als je het aantal file-uren bij elkaar telt? En kunnen we blijven verantwoorden om voor alles wat we als individu doen en laten steeds tijds- en kostenefficiëntie als enig criterium te hanteren? Hoe leggen we straks onze (klein)kinderen uit dat we tijd en geld boven de draagkracht van onze planeet stelden?

Hoe snel de auto ook rijdt, het is duidelijk dat de mensheid zeer traag leert, want cultuurfilosoof Ivan Illich leerde ons reeds in 1973 één en ander over “Energieverbruik en maatschappelijke tegenstellingen”, zo wist mijn vader me lang geleden al eens te vertellen. Ik zocht het nog even op, Willy Colsaert omschreef het zeer bevattelijk: “Illich brengt bepaalde waarden van onze individualistische maatschappij onder kritiek: de nooit eindigende consumptie, het ideaal van de ongebreidelde productie, de inhouds- en doelloze vooruitgang, de grote verwachtingen die we bij wetenschappelijke en technologische prestaties koesteren.” Maar goed, terug naar mobiliteit, wat wist Illich ons daarover te vertellen? Wel, zijn visie laat enkele controversiële gedachten zien, maar spoort ons tegelijk aan tot nadenken. Op een andere manier naar de dingen kijken. Hij stelt dat “inzake mobiliteit de fiets, het spaakwiel, de luchtband en het kogellager de grootste en ultieme uitvindingen zijn.” Illich heeft het dan over de mobiliteit over de korte afstand, binnen een straal van ongeveer 8 kilometer (een gebied waarbinnen trouwens ongeveer 80% van alle gereden kilometers afgelegd worden – van en naar het werk, van en naar de winkel, van en naar de school). Hij toont namelijk aan dat – voor de korte reikwijdte – de maximale en tegelijk optimale snelheid ongeveer 20 km per uur is, die van de fietser. Huh? Leg dat eens uit? Waarop is dat gebaseerd? Wel, schijft Colsaert: “Illich berekende de reusachtige kostprijs van het autogebruik. Hij rekent daarbij alles om in de tijd die we nodig hebben om ons te kunnen verplaatsen: rechtstreeks en onrechtstreeks, de arbeidstijd die we nodig hebben om ons een auto aan te schaffen, hem met brandstof te vullen, de verzekering, de onderhoudskosten, enz. te betalen, … De balans is onthutsend. We verplaatsen ons aan de snelheid van de voetganger, maximaal 5 km per uur. Autobezit blijkt op die manier bekeken een enorme kost – trouwens niet alleen voor het individu, maar ook voor de maatschappij. De personenwagen dringt zich zo op dat men haast nog alleen door middel van het gebruik van een wagen mobiel kan zijn. De mensen verlaten de stad en gaan met hun wagen naar hun werk of naar de winkel – en door het grote verkeer wordt de stad onleefbaar, wat een verdere stadsvlucht meebrengt. De winkels en allerlei andere grote centra verplaatsen zich naar de rand van de stad. Gelukkig dus die zeldzame mensen die het radicale automonopolie kunnen negeren omdat ze in het centrum van de stad wonen. Als dergelijke mensen een redelijk loon verdienen, zijn ze rijk, door wat ze ‘uitsparen’”.

Ok. We schrijven 1973… En intussen zijn we toch 2019? Achterhaald dus. Of toch niet? Is het niet allemaal heel herkenbaar? Raakt Illich geen bijzonder actueel topic aan? Ik laat het aan jullie…

Over plastic coffee pads en druiven uit Peru

Elke dag zijn er zovele dingen die voor kleine of grote frustraties kunnen zorgen, die een onaangenaam gevoel van machteloosheid opwekken… Het zien van alle mensen die toch nog met een plastic zak bij de bakker of slager buitenlopen, om die thuis dan meteen weer weg te gooien. De tien blaadjes rucola of voorgesneden sla, verpakt in meer plastic dan er voedsel in het pakje zit (want slaatjes zijn gezond). De muntblaadjes uit Marokko en de druiven uit Peru, putje winter in onze winkelrekken. De rekken vol plastic rietjes in het warenhuis. De duizenden plastic bekertjes op een festival of stadsfeest. Lege blikjes in het weiland, die tot een pijnlijke dood van koeien kunnen leiden als de vlijmscherpe stukjes in hun maag terecht komen. De ouders die vlakbij wonen maar toch met de auto staan aan te schuiven om hun kind aan de jeugdlokalen af te zetten. De sprint naar de winkelstraat op Black Friday, ook al hebben we eigenlijk niets nodig. De plastic koffiepads of broodjes tonijn op een studiedag over duurzaamheid. De stuntprijzen voor steeds goedkopere citytrips met het vliegtuig. Of de stuntprijzen in de supermarkt: drie euro voor een kilo kippenbillen…! Als burger hebben we vaak de mond vol over duurzaamheid, maar als consument gedragen we er ons zelden naar. Staan we niet stil bij de consequenties van wat we doen en waar we voor kiezen.

Maar ik moet het heilig boontje niet uithangen. Want ook al proberen we zelf zo bewust mogelijk te leven en te consumeren, wij durven natuurlijk ook al eens te “zondigen” hé… En toch: als nu echt íedereen eens een klein beetje meer moeite deed, zouden we dan niet samen al een hele stap vooruit zijn? Natuurlijk hebben we een sterker beleid nodig als we écht een betere koers willen varen. Laat ons die beleidsmakers maar regelmatig genoeg wakker schudden. Maar er is zoveel dat we ook zelf in handen hebben. Er zijn zoveel quick-wins te maken, heel kleine evidente inspanningen die meteen een verschil kunnen betekenen…

In elk geval: we beloven plechtig om met WOP niet teveel te klagen of met het vingertje te wijzen! Geen wij-zij verhaal. Geen oordeel over elkaar. Niet om het best. Maar wel: durven benoemen. Een gezonde portie activisme. Een constructief verhaal. Verandering teweeg brengen via positieve, leuke acties met bondgenoten.

Zelf je wasmiddel of allesreiniger maken: iets voor groene freaks?

Eenvoudigweg de was doen. Een dagelijks gegeven, maar wel ééntje met een niet te onderschatten impact… Niet alleen omwille van de fosfaten en andere schadelijke chemicaliën die we de riool in spoelen, of de plastic fles waarin ons vloeibaar wasmiddel verpakt zit, maar ook omdat schoonmaakmiddelen bijna steeds palmolie bevatten… Om het dan nog maar niet te hebben over de miljoenen minuscule plastic vezels die per wasbeurt loskomen bij het wassen van kledingstukken gemaakt van fleece, nylon, acryl of polyester… Deze zijn zo klein dat ze rioolwaterzuiveringsinstallaties passeren. Ze eindigen samen met de rest van het slib op onze akkers, en dus uiteindelijk… terug op ons bord!

Ok. Dan toch maar eens proberen zonder plastic en zonder palmolie? Zelf je wasmiddel maken met natuurvriendelijker alternatieven? Niet moeilijk, zo blijkt. Met wat zeepvlokken (van een blok palmolievrije schoonmaakzeep) en eventueel (afhankelijk van de hardheid van het water) wat soda, natriumbicarbonaat en azijn duurt dit nog geen tien minuten. En het wasresultaat is prima! Zelf je schoonmaakproducten maken iets voor freaks? Neen hoor, ’t is bijzonder simpel, zo gebeurd en ook nog eens plezant om samen met de kindjes te doen op een regenachtige zondagnamiddag.

De volgende stap? Misschien zijn andere huishoudproducten ook wel niet zo moeilijk zelf te maken? De allesreiniger was in elk geval in 5 minuten klaar. Het receptenboekje van La Droguerie Ecologique  biedt veel inspiratie.

En misschien is het ook niet zo moeilijk om kledij gebaseerd op plastics (fleece, nylon, acryl, polyester) eens te laten liggen tijdens deze soldenmaand?

 

WOP! actie voor de Warmste Week 2018

In het najaar van 2018 ontstond WOP…

Tijdens een trektocht van twee maanden met ons gezin door Indonesië in de zomer, beleefden we namelijk niet alleen fantastische avonturen en waren we onder de indruk van dit machtig mooie land, maar werden we ook geconfronteerd met ontbossing ten gevolge van palmolieproductie op Sumatra, en met de trieste gevolgen van de gigantische hoeveelheden plastic die overal op straat, op het strand en in de zee gedumpt worden. Het liet ons niet meer los. Al tijdens onze reis hielden we af en toe een opruimactie, maar eenmaal terug thuis wilden de oudste zusjes Floo en Janne iets meer doen rond die twee wereldgrote uitdagingen. De Warmste Week van Studio Brussel was een goeie aanleiding, en zo ontstond een verkoopactie onder de naam WOP – “Wijzer Omgaan met de Planeet”. Het verdwijnen van het regenwoud en het verschijnen van de plastic soep werden in de kijker gezet.

We wilden bewustzijn creëren en duurzame aankopen stimuleren, en verkochten daarom allerhande producten zonder (of met duurzaam geproduceerde) palmolie alsook producten die  tot minder plastic gebruik leiden. Denk aan herbruikbare groenten- en fruitzakjes, shampoobars, bamboe tandenborstels, solide tandpasta, etc.

Het was een plezier om als gezin deze actie invulling te geven: we zetten een facebook pagina op, maakten een bestelformulier, en betrokken de kindjes op elk moment: ze hielpen om de bestellingen klaar te zetten, gaven een presentatie op school, maakten een filmpje, en hielpen tijdens onze gezellige WOP! namiddag bij ons thuis. We kwamen zelf in de lokale krant :).

Met de WOP! actie verkochten we onder meer een 50-tal shampoobars, meer dan 200 herbruikbare zakjes, 30 bamboe tandenborstels en nog zoveel meer. Alles samen bracht dit 1000 euro op. De opbrengst ging naar Good Planet Belgium, een organisatie die kinderen en jongeren inspireert om een duurzame samenleving te realiseren. Een gezonde planeet, waar iedereen goed kan leven, vandaag en morgen.

En zo is WOP! vertrokken…