De wereld staat in brand

Aan wereldwijde uitdagingen geen gebrek in deze tijden. We worden overspoeld met berichten over de klimaatproblematiek, de biodiversiteitscrisis, lucht- en waterkwaliteit. Allerhande oplossingen, vaak zeer technologisch, worden voorgesteld. De ene al beloftevoller dan de andere, maar vaak curatief en zelden een oplossing die de kern van de problemen weet aan te pakken.

 Er is echter één bijzonder vernuftige technologie die de natuur ons al eeuwenlang zomaar aanreikt maar die we steevast onderwaarderen, en dat is… de boom. Ik kan geen enkele uitvinding bedenken die meer functies heeft, die de verbeelding meer tart en waar in de loop van de geschiedenis met meer lof over is geschreven. De kans is klein dat je er al eens uitvoerig bij hebt stilgestaan, want het lijkt allemaal zo vanzelfsprekend, maar bomen wereldwijd leveren een ongeziene hoeveelheid producten: fruit, bessen, noten, voeder voor dieren, brandstof, vezels, timmerhout, medicijnen, papier, sieraden, grondstof voor speelgoed, ga zo maar door. Maar hij verschaft ook bescherming en beschutting voor mens, plant en dier, nestgelegenheid voor vogels en andere bewoners, schaduw en verkoeling. Wellicht liep je deze zomer wel eens door een bos of gewoon een dreef met bomen midden in de stad? Wat een verademing die koele atmosfeer. Neem dat gerust letterlijk: bomen zuiveren onze lucht van fijn stof, ozon en stikstofdioxide, en geven zuurstof af. Ze bieden ons ontspanning, een mooi landschap, gelegenheid om te wandelen en te fietsen, te klimmen en klauteren. Soms ontzagwekkend groot, maakten ze grotere stukken geschiedenis mee dan wij ooit zullen meemaken. En sociaal zijn ze ook: via een ondergronds netwerk van wortels en schimmeldraden, waarschuwen ze elkaar tegen plagen en ziektes, en helpen ze elkaar bij het vinden van voedingsstoffen en water. 

 

Ok, betrapt… Wie me kent, weet dat ik een beetje een afwijkende affiniteit heb voor bomen. Her en der plant ik er al m’n hele leven. Het begon met één enkele eik in de tuin van m’n ouders, maar groeide door tot een herbebossingsproject in Ethiopië en projecten rond boslandbouw (agroforestry – vee en gewassen telen tussen bomen) vandaag de dag. Maar het mag gerust meer zijn, veel meer. Wat mensen zoals bv. Jurgen Heytens doen, dat is echt bewonderenswaardig. Hij laat definitief zijn thuisstad Gent achter zich om in Congo zijn leven te wijden aan het planten van duizenden bomen. Mensen zoals Jurgen zijn hoopgevend en inspirerend.

floo kastanje

 Intussen staat de wereld in brand. Meer dan ooit. In Brazilië woedt een ongezien hoog aantal en zeer intense branden, maar de situatie is niet beter op honderden andere plaatsen in Tropisch Amerika, Afrika en Azië. De afgelopen week werden we overspoeld met berichten en beelden die ons choqueerden, maar we beseffen nog maar half de omvang en impact van wat gaande is. De honderden jaren die nodig zijn om dit te herstellen, als die kans zich al ooit voordoet. De onherroepelijk verloren biodiversiteit. De diepe wonden geslagen bij de gemeenschappen die leven in en van deze machtige wouden, en die hun huis en ziel verliezen. Het veranderend klimaat met zijn langere en intensere droge periodes resulteert nu al in een vicieuze cirkel: hoe droger het is, hoe groter het risico op bosbranden. En hoe minder bos, hoe minder verdamping van water en dus hoe minder regen. Maar bovenop dit “natuurlijke” fenomeen zijn we getuige van een ongezien beangstigend politiek machtsspel van een president die zijn gelijke niet kent. En van een economische lobby die maar één doel voor ogen heeft: zoveel mogelijk productie, zoveel mogelijk internationale handel, zoveel mogelijk winst. Ten koste van alles. De meest absurde insinuaties worden gemaakt, hulp wordt geweigerd.

En toch hebben ook wij boter op het hoofd. En zijn we met miljarden mensen wereldwijd om op verandering aan te sturen. Mogelijkheden en waardevolle ideeën zijn er genoeg: minder vlees eten (laat zeker die fastfood hamburgers maar liggen), geen tropisch hardhout kopen (of op z’n minst uitkijken voor een duurzaam label zoals FSC, PEFC of Rainforest Alliance), palmolie mijden, en ga zo maar door.

 Moeten we elkaar dan radicaal met de vinger wijzen, voor elke aankoop, elk stukje vlees dat we eten? Neen, ik geloof niet dat dat veel zoden aan de dijk brengt, hoe terecht en goed bedoeld zo’n tegenreactie ook zou zijn. Ik denk niet dat de perfecte mens bestaat, of er lopen er alvast niet veel rond. Laat ons vooral beginnen met onszelf. Wat bewuster om te gaan met al die zaken, kijken wat binnen ons handelsbereik ligt. Stel in vraag waar je voedsel en het hout van je meubels of schrijnwerk vandaan komt. Probeer te mijden wat rechtstreeks gelinkt kan worden aan ontbossing in Brazilië of elders in de wereld. Of ja, waarom niet, compenseer via Treecological eens de CO2 uitstoot van je vliegtuig- of autoreis deze zomer ten goede van een herbebossingsproject!

 Zo kunnen we stapje per stapje onze inspanningen aanscherpen. En die mensen en organisaties steunen die op alle mogelijke manieren inspanningen leveren om het tij te keren. Zij die inzetten op agroecologische landbouw, voedselbossen en (her)bebossing. Zij die willen werken aan handelsakkoorden die gegrond zijn op krachtige voorwaarden op vlak van duurzaamheid en mensenrechten. Zij die ons informeren. Zij die er naar streven om de grote spelers, multinationals en politici, die uit zijn op steeds meer macht en geld, buiten spel te zetten. Mogen we daar van dromen?

 De druk op onze leefomgeving zal er wellicht altijd zijn en nog groeien, we zijn nu eenmaal met heel veel op deze bol. Daar moeten we realistisch in zijn. Maar er is nog pakken marge om het anders en beter aan te pakken, om onze leefruimte efficiënter te benutten, overconsumptie en voedselverspilling te mijden, te hergebruiken .

 Jazeker, dromen mag. Maar laat ons het nog heel even hebben over die bomen. Ik las in de krant dat we op de wereld nog ruimte hebben om 1 biljoen bomen te planten. En dat we daarmee de klimaatopwarming echt fors kunnen afremmen. Doen we dat dan maar? Zullen we beginnen met allemaal minstens één boom te planten? Deze winter. Afgesproken.

Afbeelding2

 

Evident.

Ben jij ook wel eens vol onbegrip over het gedrag van mensen om ons heen? Over het feit dat er zoveel evidente, kleine vormen van respect en verantwoordelijkheidszin zijn voor elkaar en voor onze omgeving, waar mensen toch hun laars aan lappen? Dat we afval zomaar op straat, op strand of in de wegberm gooien ondanks het besef dat de gevolgen dramatisch kunnen zijn voor alle levende wezens dichtbij en veraf, en dat dat afval nooit helemaal verdwijnt? Dat plastic rietjes wel dégelijk een probleem vormen voor het mariene leven, ook al beweert een infantiele – vergeef me de woordkeuze – president aan de overkant van het water het tegendeel? Dat we het zo moeilijk vinden om mensen die voor geweld en honger op de vlucht zijn ook onze mensen te noemen en te verwelkomen? En dat het nochtans vaak niet zoveel om het lijf heeft om het beter aan te pakken? Dat soort vragen houdt me bijna dagelijks bezig. Je zou het haast een obsessie kunnen noemen – ik zou er eigenlijk heel graag vanaf willen. Maar ik kan het zo moeilijk vatten.

Na het warme weer van de afgelopen weken verschenen honderden foto’s van stranden achtergelaten als een grote vuilnisbelt. Menslief, hoeveel inspanning vraagt het om tot de dichtstbijzijnde vuilnisbak te stappen of gewoon je eigen troep mee te nemen? Hebben we dan echt zoveel campagnes, sensibilisering en regelgeving nodig om ons tot kleine, eenvoudige gedragswijzigingen aan te zetten? En hebben we een Hoge Commissie nodig om ons bijvoorbeeld te leren dat de werkelijke kost van goedkoop (en vaak weinig kwaliteitsvol) voedsel de vernietiging van onze eigen gezondheid én van ons leefmilieu inhoudt, zoals The Guardian onlangs schreef? Of dat de manier waarop we met kleding omgaan en wat we ervoor willen betalen wel degelijk tot sociale uitbuiting blijft leiden? Ik las onlangs in MO-magazine dat consumenten vandaag zestig procent meer kleren kopen dan vijftien jaar geleden en we ze slechts half zo lang bewaren. Kleding is een wegwerpproduct geworden: een nieuwe prijs-kwaliteitverhouding, de razendsnelle opeenvolging van collecties en online shoppen waarbij je niet zelden de helft van je aankopen terugstuurt, veranderden onze kijk op kleding de voorbije decennia drastisch. Niet zonder gevolgen, toch?

Ik besef goed dat bovenstaande nogal negatief klinkt en gevaarlijk dicht in de buurt van doemdenken komt… En neen daar mogen we ons niet door laten vangen: positief denken en doen, onze eigen weg zoeken, zelf stapjes vooruit blijven zetten en zo anderen hopelijk ook inspireren, dat is waar we toch best op inzetten. Dat groeit lokaal, kleinschalig. Ik ervaar het bijvoorbeeld bijna dagelijks in de wonderlijk mooie “Tannekes Tuin” van Tielt, een samentuin van VELT (Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren). Een plek waar iedereen welkom is, waar het zoemt van de bijen maar ook van respect voor elkaar en voor het moois wat de natuur ons biedt. Waar het kleeft van kleefkruid en sociale cohesie. Ja, er zijn veel hoopgevende verhalen en initiatieven om ons aan op te trekken. Kijk ook naar Greta Thunberg. Zo ongelofelijk inspirerend en hoopgevend. Wat hoor ik ze graag spreken: rustig, weloverwogen, klare taal. Pijnlijk om vast te stellen dat zovele mensen daar steevast denigrerende opmerkingen op moeten geven, zoals ook nu weer op haar plan om met een zeilboot de Atlantische Oceaan over te steken

Laat ons toch ook maar scherp genoeg blijven en ons niet laten meeslepen door de vaak makkelijke excuses waarachter we ons zo snel wegsteken… “Het kan maar zo gemakkelijk zijn”, “we hebben geen tijd, het moet snel gaan”, “het kost toch niets”, “we leven maar één keer”, “een ander doet het ook niet”, “ze moeten het maar weten”, “ze pakken ons werk af”, “wie gaat dat betalen?” of bovenal: “wat ik zelf doe, maakt toch geen verschil”. Hoe vaak hoor je dat soort antwoorden die werken als een blokkade op elke verandering, op elke poging om een oplossing te vinden voor wat moeilijker is, minder comfortabel is. We gaan steeds meer en steeds sneller voor gemak, comfort, snelheid, eigen vrijheid eerst, kant-en-klaar, veilig driedubbel verpakt. Als wij het maar goed hebben. Als ik maar een zakje Doritos kan eten als ik daar zin in heb. Als de luchtkwaliteit in mijn straat maar goed is. Maar we sluiten snel de ogen als het gaat over de gevolgen van onze keuzes en hoe we die afschuiven tot ver over onze landsgrenzen. We gebaren dat we het niet horen als iemand ons zegt dat het helemaal niet zo perfect gaat met ons sorteren en recycleren, want dat ons afval aan de andere kant van de wereld wordt gedumpt.

Het is voor velen vakantie. Een goed moment misschien om even te vertragen, een stapje achteruit te doen. Even uit te zoomen en te kijken naar jouw levensstandaard vanuit een wereldperspectief. We zeggen snel dat iets niet eerlijk is, we denken snel dat wij benadeeld zijn. Maar wat is niet eerlijk? En voor wie? We kunnen daar zelf wel een beetje een antwoord op bedenken, niet?

67340709_416712789052020_1434070261371502592_n

Tournée Pédale… zijn we de pedalen kwijt?

Vandaag, op 6 mei, startte in Oost-Vlaanderen Tournée Pédale, een campagne die mensen, individueel, als gezin of als organisatie, uitdaagt om gedurende drie weken de auto zoveel mogelijk aan de kant te laten staat. Het gaat er niet perse over de auto volledig te bannen, maar wel even stil te staan bij momenten waarbij een alternatief eigenlijk mogelijk is: stappen, de fiets nemen, het openbaar vervoer, autodelen… Wij wonen dan wel niet in Oost-Vlaanderen, maar gaan de uitdaging in elk geval aan en proberen de komende weken de auto enkel van stal te halen in functie van carpool afspraken.

De meimaand lijkt wel de maand van het nieuwe begin, het betere leven, het stilstaan bij de impact van ons dagdagelijks doen en laten: mei plasticvrij, week van de korte keten en nu dus ook Tournée Pédale. Het zijn kleine acties, misschien niet meer dan druppels op een hete plaat, maar toch zetten ze wat in beweging. Ze doen ons even stilstaan en hoewel dit bij velen weer zal vervagen na een korte tijd, zal het altijd een groep mensen aanzetten tot blijvende verandering. Wellicht en hopelijk een steeds grotere groep.

Klimaat staat in de top vijf van de thema’s die de stemgerechtigde Vlamingen het meest zorgen baren, zo blijkt uit een bevraging van VRT waarvan de resultaten vandaag bekend gemaakt werden. De andere thema’s, waaronder de angst om ongeneeslijk ziek te worden, migratie en de vrees dat de volgende generatie het minder goed zal hebben, hangen daar trouwens misschien wel sterker mee samen dan we op dit moment denken. Eveneens vandaag in het nieuws: de vernietiging van biodiversiteit heeft een niveau bereikt dat ons welzijn minstens even sterk bedreigt als de door de mens veroorzaakte klimaatverandering… De volgende paniekreactie? Weer een crisis die wel weer zal overwaaien? Of eerder een duidelijk signaal dat er iets grondig fout zit? Als we het even zeer egocentrisch mogen stellen: dit gaat niet (meer) zomaar over een paar plantjes en dieren, maar over een trend die wereldwijd een grote impact op ons menselijk welzijn kan en zal hebben.

Hoewel de klimaatverandering niet zomaar een zoveelste “milieuprobleem” te noemen is maar van een andere grootteorde is (zoals Pieter Boussemaere stelt in zijn boek 10 klimaatacties die werken), en hoewel een actie als Mei Plasticvrij op het eerste zicht weinig met klimaat te maken lijkt te hebben, is het toch allemaal sterk aan elkaar gelinkt. Een concreet voorbeeld? Plastics zijn gemaakt van oliederivaten dus minder plastics leidt meteen al tot minder verbruik van fossiele brandstoffen. Minder verpakking tout court leidt ook tot pakken minder transport. Neem nu het eenvoudige en tegelijkertijd absurde voorbeeld van de aankoop van drinkwater in plastic of glazen flessen… Koop je op citytrip in Luik een fles Chaudfontaine, dan heeft die fles, zelf als hij van glas is, al heel wat kilometers achter de rug: om ze in te zamelen, te spoelen, terug te vullen, … En dat terwijl de eigenlijke waterbron vlakbij ligt. En dat in een land waar we de ongelofelijke luxe hebben dat kraantjeswater zo’n hoge kwaliteit heeft.

Dat allemaal gezegd zijnde: zelf nam ik samen met mijn collega vandaag de trein naar… Sopron, in Hongarije, voor een driedaagse vergadering binnen een Europees project. Als enigen namen wij de trein en niet het vliegtuig. Jawel, een stevige trip van een goeie 14 uur. Al bij al eigenlijk vrij vlot voor zo’n afstand. ICE trein van Brussel van Frankfurt, overstappen voor een volgende rit van Frankfurt naar Wenen, en uiteindelijk een lokale trein de grens over naar Sopron. In de bagage: een brooddoos, een drinkfles en – niet onbelangrijk – mijn metalen koffiebeker. Noem het een stukje van mijn verhaal binnen Tournée Pédale en Mei Plasticvrij.

Geen verloren dag: geen verkeersstress, onderweg vlot kunnen werken op de laptop, maar ook kunnen genieten van de uitgestrekte landschappen in Duitsland, Oostenrijk en Hongarije. Eén van de meest opvallende beelden toch wel: de vele windmolens en grote velden met zonnepanelen in het Duitse landschap. Het oogt hoopgevend: stap per stap op weg naar meer herbruikbare energie. Maar dan zie ik een zeer recent artikel uit Der Spiegel en blijkt alweer dat we er nog lang niet zijn: het ontbreekt, ook in het welvarende Duitsland, aan netwerken, opslagcapaciteit en bovenal aan politieke wil en degelijk management. En zo wordt de transitie naar hernieuwbare, groene energie opnieuw als naïef gezien. Nochtans, zuiver technologisch gezien zou het blijkbaar mogelijk zijn om het energiesysteem te bevrijden van fossiele brandstoffen tegen 2050, zeker in een hoogtechnologische locatie als Duitsland. Maar het is duidelijk dat er meer nodig is dan alleen technologie.

Als je zo rondkijkt vanuit de trein naar die grote plantages van zonnepanelen, dan merk je natuurlijk ook op dat die velden veel ruimte in beslag nemen, ruimte die ook gebruikt kan worden voor andere zaken, zoals voedselproductie. Voortdurend moeten we moeilijke afwegingen maken rond ruimtegebruik. Maar ook daar kunnen we creatief mee aan de slag: ik zag terreinen waar kippen, schapen en zelf koeien graasden tussen de verhoogde zonnepanelen. Extensieve veeteelt biedt in dit concrete geval dus een mogelijkheid om de beschikbare ruimte slimmer te benutten… Veeteelt, nog zo’n moeilijk issue binnen het klimaatdebat, maar misschien is het niet alleen de vraag wat we eten die ons moet bezighouden, maar ook hoe en waar we dat voedsel produceren. Dat bepaalt de kwaliteit ervan en de impact op onze planeet. Had ik niet al eens geschreven dat dat stof kon zijn voor een volgend tekstje? Het zal toch nog even tijd vragen om dat allemaal goed op een rijtje te krijgen… Complexe materie.

 

De verborgen impact – deel 1

Met een hoop dingen die we doen hebben we impact op onze planeet: we bouwen, verbouwen, produceren, vervoeren. Dat wist je al natuurlijk. Maar wat we veel te weinig beseffen, is dat vaak maar een klein stukje van die impact zichtbaar is. Zwerfvuil, plastic verpakkingen, autorijden, vliegreizen, energieverbruik in huis. Daar hebben we het met z’n allen – terecht! – over en daar willen we vaak ook iets aan doen. Maar omdat een groot deel van de impact van onze keuzes buiten ons zicht plaatsvindt, ergens aan de andere kant van de wereld, maken we niet altijd de slimste keuzes. Integendeel: onbewust veroorzaken we vaak andere problemen. En dat moet beter. Het voorbeeldje van biodiesel op basis van palmolie kennen jullie wellicht al: het lijkt op het eerste zicht goed dat we fossiele brandstoffen willen vervangen door biodiesel, want inderdaad: de bron (biomassa) is duurzaam, raakt niet uitgeput en planten en bomen nemen tijdens hun leven CO2 uit de lucht. Wat dus uitgestoten wordt, werd aan de bron uit de lucht gehaald. Maar toch: de teelt van veel bio-energiegewassen is energie-intensief, en biodiesel op basis van bv palmolie leidt ver van hier tot massale ontbossing om palmolieplantages aan te leggen. Het hele proces van ontbossing, ontginning, transport en raffinage leidt uiteindelijk tot een CO2 emissie die tot 3x hoger ligt dan een fossiele brandstof. Afschrijven dus die biodiesel? Neen, zeker niet. Maar de bedenkingen geven aan dat het maximale potentieel van biomassa beperkt is. We moeten de impact kennen van wat we doen en wat we veranderen. En werken aan het alternatief tot het echt beter is.

Babette Porcelijn heeft alvast iets fantastisch gedaan: zij schreef een boek over die verborgen impact. Ze heeft het over alles wat je moet weten én wat je zelf kunt doen. Een echte aanrader voor iedereen die wat meer eco-positief wil gaan leven. Dus: lees niet verder op deze blog, maar ga naar haar website en bestel het boek. Goeie daad voor vandaag.

Of als je toch nog wat verder leest, geef ik je een concreet voorbeeld uit haar boek: het geval “auto”. Bijna iedereen die een nieuwe auto koopt, houdt daarbij rekening met het energielabel. Je huidige auto wegdoen en meteen een zuinige auto aanschaffen: een goeie daad voor het milieu, niet? Maar hoeveel energie is er eigenlijk nodig om een nieuwe auto te maken? Moeilijk te achterhalen en afhankelijk van heel veel variabelen, maar grofweg kan je stellen dat alle energie die “verborgen” zit in de belangrijkste materialen van de auto (staal, aluminium, kunststof) én de energie nodig om de auto te fabriceren, samen goed zijn voor ongeveer 4000 liter benzine. Pak me niet op dat cijfer, het is een inschatting, maar wel een goeie. Stel dat je met je nieuwe, energiezuinige auto opeens 20 kilometer verder kan rijden met één liter benzine, dan duurt het voor een gemiddelde automobilist al snel 13 jaar vooraleer je energie begint te besparen met je zuinige nieuwe auto… Toch maar niet te snel weg doen, die oude wagen? Of wel: oude auto’s stoten ook meer fijnstof en andere vervuilende stoffen uit, dus dat is dan weer beter. Exporteren dus die handel, zodat we het Afrikaanse continent kunnen opzadelen met onze ecologische rampspoed? Kan dus beter.

Een elektrische auto dan maar? Om die vergelijking te maken, moet je opnieuw de hele keten van een auto in kaart brengen: van de productie van de grondstoffen, de productie van de auto-onderdelen, de energie voor het maken van de auto, het transport naar de dealers, de productie van elektriciteit of brandstof, het gebruik zelf (opladen of tanken), het afdanken van de auto. Een hele boterham. Geen schrik: ik bespaar je de berekening, maar de slotsom blijkt effectief positief te zijn voor de elektrische auto, die een heel pak minder impact heeft dan de benzinewagen. Elektromotoren zijn veel efficiënter en laten veel minder van de opgewekte energie verloren gaan (aan warmte, wrijving, etc.). Dat is goed, maar misschien nog niet genoeg. Want er is vooral een verschuiving van impact: minder fijnstof en minder CO2, maar meer gifstoffen, onder meer voor het maken van de batterij, waar ook schaarse mineralen en metalen voor nodig zijn, zoals lithium, koper en zilver. De elektrische auto scoort vooral beter als hij wordt opgeladen met groene energie. Daar moeten we sowieso keihard op inzetten. Anders verplaatsen we alweer het probleem…

Over auto’s gesproken: nog enkele wist-je-datjes misschien, omdat de optelsom altijd meer zegt:

  • De ruim 830 miljoen personenauto’s in de wereld verbruiken ruim 130 miljoen liter benzine per uur. En intussen is dat cijfer zelf al achterhaald.
  • Er worden 6600 nieuwe auto’s per uur gemaakt, dat is 58 miljoen per jaar.
  • Om de CO2 uitstoot van de wereldwijde productie en alle verbrande benzine uit de lucht te halen, zouden we per jaar een bos ter grootte van Brazilië moeten planten. Maar verdwijnt daar nu niet net veel bos, ook al omwille van onze consumptiedrang en eetpatronen?
  • Je zou 1200 bomen moeten planten om de CO2 uitstoot van je nieuwe auto te compenseren.

Meer dan genoeg gezeurd… Waarom vertellen we dat nu allemaal? Omdat jij daar zeker ook iets aan kan doen. Meer dan je denkt!

  • Evident, maar het blijft de beste: neem de trein, de bus, de fiets of ga te voet. Dat gaat vaker dan je denkt. Probeer het eens voor alle afstanden onder de vijf kilometer? Korte autoritten zijn door het vele stoppen, starten en parkeren erg inefficiënt.
  • Rij je oude auto helemaal op, repareer hem. En koop daarna liefst geen nieuwe.
  • Kies een lichte, zuinige tweedehands auto. Liefst elektrisch: de eerste vloot elektrische auto’s arriveert intussen op de tweedehandsmarkt.
  • Wil je toch een nieuwe auto hebben, kies dan een kleine elektrische auto, lichtgewicht en aerodynamisch. Check www.ev-database.nl voor concrete informatie over elektrische wagens. En leg alvast zonnepanelen om je elektrische wagen op te laden.
  • Overweeg autodelen. Voor meer informatie: check www.autodelen.net of www.bewustverbruiken.be.
  • Let bij aankoop van een nieuwe auto op dat cijfers over zuinigheid van fabrikanten in de praktijk niet altijd kloppen. Praktijkcijfers van automobilisten kun je vinden op websites voor autogebruikers.
  • En tot slot nog even iets over snelheid. Het enige voordeel van hard rijden is dat het leuker is… Verder dient het echt nergens toe. Echt niet. Integendeel, het vervuilt: de luchtweerstand en het gewicht bepalen voor een groot deel je verbruik en dat neemt snel toe als je harder rijdt. Veel auto’s verbruiken bij 130 km/uur tot 40% meer brandstof dan bij 110 km/uur. En de tijdswinst valt echt tegen hoor.

Ok, je hebt gelijk. Dat is veel om op te letten en veel om te doen. En je hebt gelijk: wij doen dat ook niet altijd en niet allemaal. Maar probeer hier en daar wat te verbeteren waar het kan, stap per stap. Met z’n allen kunnen we veel in beweging zetten. En dan durven hopen dat er wat politici met moed overblijven, om bijvoorbeeld de uitbouw van een slim, groen elektriciteitsnet te versnellen en te investeren in opslagtechnieken voor groene energie. En om het rekeningrijden toch in te voeren.

O ja, benieuwd: als we een top 10 zouden opstellen van de grootste impacts in Tielt, zou de TAC rally dan in de top 3 staan? En zou de Tieltse Automobielclub bereid zijn die impact te compenseren? Misschien moet iemand dat toch eens vragen.

1115570473

Plastic bolletjes in de tuin

Onze tuin… Voor velen ziet ze er waarschijnlijk uit als een stukje nogal verwilderde grond van een nogal gemakzuchtige tuinier, maar voor ons is het een klein ecosysteempje waar we de natuur wat ruimte willen geven, in balans met speelruimte voor de kindjes. Hier vind je geen druppel bestrijdingsmiddel, geen korrel kunstmest, geen gestofzuigd blokje gazon. Een paar kippen, een composthoek, een mix van wat bessen-, fruit- en notenstruiken en bomen, een klimboom, en vooral spontaan verwilderde hoekjes en takkenhopen, … Het is ons mini-paradijsje voor vogels, egels, bijen, vlinders en bodemleven. Mensen onderschatten de enorme biodiversiteitswaarde van privétuinen in verstedelijkt gebied. Wist je dat bijna 10 procent van de oppervlakte in Vlaanderen uit tuin bestaat? Dat bracht Valerie Dewaelheyns in beeld. Jammer genoeg bestaat een aanzienlijk deel daarvan uit verharde oppervlaktes, tuinhuisjes, parking en steriele gazons… Gelukkig zetten organisaties zoals VELT zich in om mensen te doen inzien dat het ook anders kan.

Maar goed, dat gezegd zijnde: al bijna een jaar lang vinden wij regelmatig kleine piepschuim bolletjes in onze tuin… dat blijken EPS korrels te zijn. Deze “pareltjes” bestaan uit geëxpandeerd polystyreen en worden onder meer gebruikt voor spouwmuurisolatie. Wellicht heeft iemand in de buurt dus met de allerbeste bedoelingen de isolatiewaarde van zijn huis verbeterd… Jawel, een mooi voorbeeld alweer van hoe we er toch steeds weer in slagen om het ene probleem op te lossen en meteen een ander te veroorzaken. We willen – meer dan terecht! – ons energieverbruik reduceren, maar zadelen onze planeet op met een nauwelijks oplosbaar nieuw afvalprobleem. En onze overheid speelt het spelletje mee: vaak geleid en gedreven door korte termijn denken en economische belangen, en gestuurd door de lobby van de kunststoffenindustrie, stimuleert ze het gebruik van niet-duurzame materialen bij het bouwen, verbouwen en isoleren van onze woningen. Of om het iets voorzichtiger te zeggen: ze stimuleert in elk geval níet het gebruik van wel-duurzame alternatieven…

Maar misschien nog het ergst van al: we worden voortdurend misleid als we ons proberen goed te informeren. Want wat is het eerste wat je te lezen krijgt als je meer wil weten over de voor- en nadelen van bijvoorbeeld EPS korrels voor spouwmuurisolatie? “EPS korrels zijn zeer milieuvriendelijk want ze zijn 100% recycleerbaar en bijzonder duurzaam“. Hmmm. Zonder uitspraak te willen doen over de al dan niet relatief betere milieueigenschappen dan de alternatieven, lijkt “duurzaam” in dit geval vooral te interpreteren als “nooit meer weg te krijgen”. De producenten verleiden ons met het verhaal dat de uitgangsmaterialen van polystyreen biologisch afbreekbaar zijn… Maar net als met vele andere kunststoffen betekent dat helemaal niet dat het eindproduct dat ook is, integendeel! En die 100% recycleerbaar? Dat zal in theorie misschien wel zo zijn, maar het valt toch niet te ontkennen dat het in de praktijk steevast anders uitdraait. In het beste geval wordt een deel terug gerecupereerd en krijgt het een nieuw leven of wordt het energetisch gevaloriseerd (verbrand), maar grote hoeveelheden gaan sowieso verloren, dat bewijzen alvast ook de vele EPS korrels in onze tuin en wellicht die van al onze buren.

Dat verhaal gaat eigenlijk op voor de hele kunststoffen en plastic problematiek: zelf na een eventueel tweede leven komen heel wat van die materialen, vaak gefragmenteerd tot niet meer te verwijderen kleine stukjes, in ons milieu terecht. Dat negeren is zo’n beetje hetzelfde als ontkennen dat de klimaatverandering een feit is, maar ook daar komt men blijkbaar nog goed mee weg op vandaag…

Toegegeven, het is vaak een moeilijk verhaal, die materiaalkeuze bij bouwen en verbouwen. Tal van studies worden gewijd aan het vergelijken van de milieu impact van verschillende materialen, en vaak lijkt dat toch vrij complex te zijn en van veel factoren af te hangen. En waar besteed je aandacht aan? Levensduur, isolatiewaarde, milieu impact, gezondheid, recyclagemogelijkheden, kostprijs, …? Gidsen proberen ons wegwijs te maken, maar velen zullen wel herkennen dat dit vaak tot twijfel en milieu dilemma’s leidt. Het doet me ook wat denken aan de eeuwige glazen versus plastiek flessen discussie … De één beweert dat glazen flessen beter zijn voor het milieu, de ander net het tegenovergestelde… Hoe zit het nu juist? De waarheid ergens middenin?

Wel, hoe dan ook, er zijn een paar feiten die je in elk geval goed moet beseffen als we het over plastics hebben. Wist je bijvoorbeeld dat slechts 9% van alle plastics ooit gerecycleerd wordt, ook al zijn in theorie de mogelijkheden zoveel groter? Laat je dus niet te snel misleiden door theoretische praatjes, maar kijk naar de feiten. We exporteren bovendien een groot deel van ons plastiek, bijvoorbeeld richting China, en zadelen zo andere landen op met een milieulast die wij grotendeels hebben gecreëerd. Een deel van dat plastic keert terug onder de vorm van allerhande prularia, waar onder meer grote en goedkope winkelketens type Action mee lopen te leuren, om dan al snel opnieuw in de vuilbak te belanden. (Tussen haakjes: wist je trouwens dat Action een echt “wegwerp-assortiment” heeft? Je moet het maar zonder enige schaamte durven te promoten…). Intussen heeft dat plastiek wel al heel wat kilometers afgelegd en eindigt het, weliswaar via een omweg, toch weer in het milieu. Bovendien, sinds kort moet men in China ons afval niet meer hebben. Dat heeft wereldwijd enorme consequenties: in de VS is het recycleren drastisch gereduceerd, plastiek wordt meer dan ooit in grote hoeveelheden gewoon ondergronds begraven in landfills. Kijk dus om je heen, en kijk naar deze trailer: de beelden liegen er niet om. De impact is gigantisch en bijzonder onrustwekkend.

Een drastisch ander afvalbeleid dringt zich op, zoveel is duidelijk. Een afvalbeleid waarin we vooral moeten focussen op reduceren van productie en consumptie van plastics, en niet louter op recycleren.

“Don’t expect to see a change if you don’t make one…”

53853876_10218312262014983_689440043118362624_n

Over zotte ideeën, gezonde handel en verbondenheid

Op een dag vind je bondgenoten voor al je wilde ideeën!

Met een groepje gelijkgezinde mensen uit Tielt hebben we beslist om de handen in elkaar te slaan… We willen op een leuke manier een groter bewustzijn creëren rond het belang van een duurzamere levensstijl en aankoopgedrag: medeburgers maar ook winkels, jeugdbewegingen, scholen, lokaal bestuur… aanzetten tot minder plastiek verbruik, tot milieubewust en lokaal kopen of zelf producten maken. WOP! ten top!

En waarom niet… een nieuw winkelconcept in Tielt. Een winkelconcept dat verpakkingsvrij is, waarbij geen onnodige spullen verkocht worden en waarbinnen samenwerken en samenzijn centraal staat. Een plek waar verbondenheid en begrip tussen producent, verkoper en consument de basis vormen.

Gisteren gingen we alvast samen inspiratie opdoen in Gent.

Luc en Mia van De Blauwe Bloem leerden ons alles over associatieve economie, waarbij consument en winkelier samenwerken. Over hoe gezonde handel eigenlijk weinig te maken heeft met geld verdienen, maar met samenwerken, verbinden en bemiddelen. Met zorg dragen voor elkaar. Over hoe je kan streven naar het welzijn van een groep van samenwerkende mensen. En over hoe je ertoe kunt komen om in een winkel quasi geen overschotten of afval te hebben.

Emmanuelle van Ohne maakte ons wegwijs in de wereld van de zero waste winkels, en gaf ons een nuchter beeld rond alles wat bij het opzetten van zo’n initiatief komt kijken. Dank u wel daarvoor!

Een winkel met eerlijke en gezonde producten, met een gezicht en verhaal voor elke producent. Een winkel zonder afval, zonder overschotten. Een ontmoetingsplaats waar het fijn is om te komen, waar heel wat te leren en beleven valt, waar mensen te bewegen zijn tot verandering. Dat is wat we voor ogen houden.

Dit verhaal krijgt nog een staartje!

 

De bal ligt in ieders kamp

Eco-fundamentalisten, eco-realisten, eco-dictators, klimaatontkenners, complottheorieën, schuldgevoelens aanpraten, contraproductieve initiatieven, … Er wordt de laatste dagen en weken met nogal felle bewoordingen geschreven en gereageerd op het “klimaatmomentum” zoals we dat nu meemaken.  De één stelt dat we nooit genoeg inspanningen kunnen doen of dat het al lang te laat is om de klimaatdoelen te halen, de ander vindt dat bepaalde groepen geen recht van spreken hebben of dat het allemaal één groot complot is, nog een ander stelt dat we het allemaal niet zo moeten dramatiseren, en zo kunnen we nog even doorgaan. Er beweegt heel wat. Dat is bemoedigend en voelt tegelijkertijd soms ongemakkelijk. Bemoedigend omdat zovele mensen het momenteel over klimaat en milieu hebben. En er oprecht mee begaan zijn. Omdat het gevoel leeft dat er wat moet gaan veranderen. Het hangt in de lucht. Ongemakkelijk omdat er niet genoeg in 50 tinten grijs geredeneerd wordt. Iets is goed of iets is slecht, maar hé, wat met alle nuances? Ongemakkelijk omdat het in vele debatten, opiniestukken, gesprekken en artikels nog té weinig over de essentie gaat. Over de uitdaging op zich. Over objectieve gegevens en concrete veranderingen, maatregelen en acties. Ongemakkelijk omdat er ook velen zijn die de milieu- en klimaatdiscussie strategisch of economisch uitspelen. Lobbyisten van grote spelers opereren achter de schermen. Schaamteloos gebruiken ze hun macht, maar niet genoeg op een manier die wenselijk is. Tekenen voor onze toekomst? Graag, maar niet als daar een weinig transparante agenda achter zit. Geen greenwashing aub maar echt impact. Gelukkig zijn er ook meer en meer positieve, hoopgevende voorbeelden. Dank je Hema, Ikea, Lidl, Carrefour en Delhaize om de strijd met plastic aan te gaan en zo een voorbeeld te stellen. Blijven gaan, zou ik zeggen. En dat velen mogen volgen!

Teleurstellend is dan weer dat het kleinmenselijke spel van vingerwijzen en doorschuiven té vaak gespeeld wordt in dit verhaal. Ik grijp het opiniestuk van Patrick Loobuyck in De Standaard (12/2/2019) aan. Een opiniestuk dat intussen fel besproken wordt, onder meer in het weerwoord van Robrecht Vanderbeeken en Kristof Decoster. Loobuyck stoort zich eraan dat sommigen vliegreizigers een schuldgevoel proberen aan te praten. Of algemener: hij stoort zich aan het leggen van de verantwoordelijkheid bij het individu en aan het moraliserende vingertje. Ok, hij haalt een belangrijk punt aan, want effectief: elkaar een schuldgevoel aanpraten en met het vingertje wijzen, is maar al te vaak contraproductief. Het leidt tot polarisering, tot een indeling in “de goeien” en “de slechten”. En op termijn zorgt dat ervoor dat mensen afhaken. En inderdaad: zolang de echt grote spelers hun macht niet op de juiste manier aanwenden en hun schouders onder milieu en klimaat zetten, zal er niet genoeg veranderen. Verzinken vele inspanningen in het niets. Zolang onze beleidsmakers geen holistisch plan hebben, geen ambitieuze maatregelen nemen en geen politieke moed tonen, op alle niveaus en internationaal, komt er naar alle waarschijnlijkheid geen structurele oplossing. Maar toch: Ik stoor me in het opiniestuk van Loobuyck opnieuw aan het maar al te gemakkelijk doorschuiven van de maatschappelijke verantwoordelijkheid. Individueel verantwoordelijkheid opnemen is echt niet zo irrationeel. Want we hebben nu niet meer de tijd om niets te doen en alleen maar te wachten tot die grote en structurele aanpak er komt, als ze komt. Het klopt dat een individuele actie een druppel op een hete plaat is. Maar vele druppels zullen die plaat wel afkoelen. Het is de wet van de grote getallen: de collectieve impact is toch de som van de individuele inspanningen, niet? Als de stem van alle individuen samen maar luid genoeg blijft klinken, zullen de groten wel volgen. Mensen inspireren mensen. Zolang dat maar op een respectvolle manier gebeurt. Zolang we geen waardeoordeel vellen en ieder wat vrijheid geven om te beslissen op welke manier hij of zij een steentje bijdraagt. We zij allemaal bondgenoten in deze strijd. En zo gaat de bal, die in ieders kamp ligt, misschien toch aan het rollen…

Onze visie in Visie?

Toen we op 27 januari met de kindjes op de trein zaten richting klimaatmars in Brussel, raakten we toevallig aan de praat met Dominique, die voor het tijdschrift VISIE schrijft. Hij vroeg ons of het ok was om ons wat vragen te stellen en een foto te nemen, omdat hij graag een artikel wilde schrijven over mensen die deelnemen aan de mars, en waarom ze dit doen.

We stemden daar mee in, en achteraf stelde Dominique ons ook nog wat vragen via mail: wie we zijn, waar we werken, waarom we meededen met de mars, of we wat meer uitleg konden geven over WOP!, wat we zelf al deden voor het klimaat en wat we van het beleid verwachten…

Vooral die laatste twee vragen zetten ons weer aan het denken…

Ja, we doen zeker al een aantal inspanningen voor een betere leefomgeving, maar anderzijds staan we dan vooral stil bij wat we nog niet doen en wat gerust nog wat beter kan. Het is een zoektocht die ons vaak bezighoudt en het blijft een groeiproces. Stap per stap proberen we steeds wat consequenter te streven naar een zo duurzaam mogelijke en tezelfdertijd aangename levensstijl. En vaak gaan die twee prima samen, het is gewoon kwestie van er voor te gaan. Zo proberen we bij de aankopen zo goed als mogelijk alle onnodige plastic te mijden, eten we matig vlees (2 tot 3x per week, en zoveel mogelijk van “eigen kweek” of met gekende herkomst), krijgt bio voorrang als het van niet té ver komt, letten we op voedselkilometers en proberen we seizoensgebonden te kopen, palmolie te mijden, etc. In de praktijk is duurzame productkeuze niet altijd evident, want het is vaak een hele zoektocht, etiketten lezen én proberen te begrijpen… Voor verplaatsingen binnen Tielt proberen we ook zoveel mogelijk de (bak)fiets te nemen. We vinden dit niet alleen belangrijk voor het milieu, maar ook onze dochters hopen we zo veilig in het verkeer te leren rijden. Wat niet altijd eenvoudig is, in de spits naar school tussen al het autoverkeer… Dat is in Tielt momenteel écht een vicieuze cirkel: ouders vinden de fiets niet veilig genoeg tussen alle auto’s en nemen dus zelf de auto en worden zo deel van het probleem… Voor uitstapjes nemen we waar mogelijk de trein. Intussen experimenteren we ook met het maken van onze eigen was- en schoonmaakproducten. En naar de slager gaan is bij ons met eigen potjes. Al die kleine dingen zijn eigenlijk echt niet zo ongelofelijk moeilijk. En de reacties zijn positief, we hopen dat het anderen kan inspireren…

Maar we zijn zeker niet heiliger dan de paus: in een aantal situaties en voor bepaalde verplaatsingen die met openbaar vervoer moeilijker zijn, nemen we toch de auto… Met drie jonge kindjes is dat toch moeilijk te mijden (hoewel niet onmogelijk, we weten dat er mensen zijn die hier wél in slagen en dat vinden we echt schitterend). We zoeken voortdurend waar we nog kunnen verbeteren. En ja… we moeten eerlijk zijn… onze recente (vliegtuig)reis naar Indonesië laat natuurlijk ook een voetafdruk achter… We zijn ons daar heel bewust van. Anderzijds reisden we ter plekke met een zo laag mogelijke impact (openbaar vervoer, herbruikbare drinkfles altijd op zak, …) en heeft deze reis zowel voor onszelf als voor de kindjes de blik op de wereld verruimd… En we hebben alvast als eerste stap de CO2 uitstoot van die reis gecompenseerd via steun aan een herbebossingsproject in Ethiopië, namelijk Trees For Farmers waar ik zelf bij betrokken ben. Bovendien: ik kan me nogal ergeren aan het type zure reacties waar bv ook YouthForClimate mee te maken krijgt. Dat het niet aan de jeugd zou zijn om ons te zeggen wat we moeten doen want dat ze zelf niet duurzaam bezig zijn… Maar mensen toch, daar gaat het toch helemaal niet om… Het is toch niet om het best, “jong” tegen “oud”, “wij” tegen “zij”? We verwachten toch niet dat enkel wie volledig klimaatneutraal is mag oproepen tot verbetering? Want dan zal het stil moeten blijven… We moeten beseffen dat we allemaal een serieuze inspanning moeten leveren. En ja, de jeugd die op straat komt zal dat ook (nog beter) moeten doen. Maar het is een niet te onderschatten belangrijke eerste stap. Het zorgt ervoor dat we gaan stilstaan bij wat we kunnen doen. Met impact en aandacht tot ver over de landsgrenzen, zo bevestigt ook dit artikel in El Pais. En het zet druk op de beleidsmakers. De rest is eigenlijk niet relevant. YouthForClimate? Goed bezig!

En niet onbelangrijk hierbij: het gaat om een groter geheel van ecologische impact, van streven naar duurzaamheid. Waar de jongeren voor op straat komen, gaat veel verder dan klimaat. Klimaat maakt daar een (wezenlijk) onderdeel van uit, maar laat ons het debat en de uitdaging nog ruimer aanpakken. We staan vandaag voor een uitdaging die holistisch moet aangepakt worden en waar zoveel mee samenhangt, ook sociale rechtvaardigheid, menselijkheid, … Ik sprak eerder deze week op een studiedag over ecologie waar ook Leo Van Broeck (Vlaams Bouwmeester) sprak. Een enorm plezier om naar te luisteren. Hij sprak over de uitdaging om “als soort te bestaan op een culturele, maatschappelijk waardevolle manier, maar toch in balans met het ecosysteem om ons heen.” Over het gebrek aan ambitie. Over onze chronische betonkoorts. Over het recht van elke levensvorm om ruimte te krijgen op onze aardbol. Hij had het ook even over de denktank met experts die opgericht wordt, en die best niet louter een “klimaat-denktank” maar eerder een “duurzaamheidsdenktank” zou genoemd worden.

En dat brengt ons ook een beetje bij de laatste vraag die Dominique van Visie ons stelde: wat we van het beleid verwachten… Tja, hier zouden we echt een hele lijst kunnen opsommen, maar lopen we meteen ook veel risico om al snel te vervallen in verkapte, geïsoleerde maatregelen…

Maar de essentie lijkt ons alvast: méér durf en méér ambitie. Niet in het defensief blijven om te zeggen hoe “goed” ze het al wel doen, maar ook durven erkennen wat beter kan. Echt in dialoog gaan. Ook durven kijken over de grenzen van partijen, beleidsdomeinen en verkiezingsmomenten heen: dit is echt iets wat iédereen aanbelangt en het beleid (op alle niveaus) draagt hier een grote verantwoordelijkheid. Dit betekent ook dat men lef moet hebben om weinig populaire beslissingen te nemen. Een belangrijke in onze ogen is bijvoorbeeld het afschaffen van salariswagens, of op z’n minst tankkaarten. Ook niet onbelangrijk, is dat men het brede plaatje moet blijven zien en zich als beleidsmaker niet blindstaart op één deelaspect. Ik geef een in mijn ogen belangrijk voorbeeld: isolatie. Er is momenteel enkel en alleen focus op energiebesparing en dus op isolatiewaarde. Natuurlijk is dit van groot belang maar men gaat bijna steevast voorbij aan de impact en de herkomst van het materiaal waarmee men werkt. Al dat PUR schuim en die oliegebaseerde isolatieplaten: zadelen we de planeet niet met een nieuw afvalprobleem op? Waarom geen extra stimulans voor mensen die met écht duurzame (maar vaak duurdere) materialen werken zoals kurk, hennep, miscanthus of cellulosevlokken. Een belangrijke stap vooruit op beleidsvlak wordt de ban van single use plastics zoals rietjes, ballonnen, plastic zakjes in de winkel, … Dat ziet er veelbelovend uit momenteel, maar zal nog waargemaakt moeten worden. Het mag allemaal ook wat sneller én ingrijpender. Het artikel in MO-magazine eerder deze week bevestigt nogmaals de omvang van het probleem. Als ik in het warenhuis sta en zie hoe er vaak meer plastic dan voedsel gekocht wordt, dan is dat erg deprimerend. De overheid moet hier gewoon komaf mee maken. Er zijn alternatieven en het volstaat niet om dit gewoon aan de consument over te laten die steeds teveel voor gemakzucht kiest.

Een ander heel belangrijk punt, is dat van CO2 taksen. Taksen voor gebruik van fossiele brandstoffen (woning, industrie, verkeer) en zeker ook taksen op luchtvaart. Het is absurd en oneerlijk dat je voor een fractie van de prijs van een TGV-rit naar het zuiden van Frankrijk kan vliegen… Dat moet écht anders.

De opbrengst van deze taksen kan geïnvesteerd worden in nieuwe infrastructuur (met focus op openbaar vervoer, fiets, … ), in duurzame mobiliteitsinitiatieven (autodelen, carpool, …), alsook in hernieuwbare energie. Verder stimuleren van passiefbouw of nulenergie woningen via bv lagere BTW tarieven.

In de industrie, maar zeker ook in de landbouw zijn er nog heel wat verbetermogelijkheden: stimuli voor landbouwpraktijken die het brandstofverbruik drastisch kunnen doen dalen, en voor landbouwpraktijken die onze landbouw meer robuust tegen klimaatverandering maken: meer diverse, gemengde teeltsystemen waar ook bomen een plaats krijgen. Zoals deze mensen het aanpakken bijvoorbeeld. Als we meer vrucht- en notenbomen in de landbouw introduceren, spelen we in op veranderende dieetbehoeftes (noten als vervangers voor dierlijke eiwitten) en hebben we voor de teelt ook minder brandstof nodig dan voor klassieke teelten. Ook de dierlijke productie kunnen we anders aanpakken: in eerste instantie via een afbouw van de veestapel. Een delicaat issue, maar we moeten het toch op tafel durven leggen. Zeker de productie van varkensvlees die voor een groot deel op export is gericht, maar die voor voedervoorziening afhankelijk is van import van soja uit onder meer Zuid-Amerika, is een pijnlijk gegeven. Maar die veranderingen mogen niet zomaar ten koste van de boer doorgevoerd worden. Kunnen we pleiten voor minder vlees, maar dan wel vlees op een duurzamer manier gekweekt en met een eerlijker (lees hogere) prijs voor de landbouwer? Want de belachelijk lage prijzen van vandaag werken massaproductie in de hand. En o ja: kunnen we ook hier aub vooral niet gaan polisariseren, zoals ook Guy Depraetere en Kurt Sannen bepleiten? Want met polariseren en zwart-wit pleidooien geraken we geen meter vooruit… Maar goed, dat is misschien weer stof voor een volgend tekstje…;)

En intussen is de Visie krant met ons artikeltje in de bus gevallen…

 

 

Mobili-tijd?

Belg gelooft niet in combimobiliteit”, zo stond er vandaag in het Metro krantje te lezen en konden alvast de treinreizigers onder ons lezen. Slechts één op de zes Belgen denkt dat combimobiliteit, oftewel het combineren van meerdere vervoersmiddelen om van punt A naar punt B te geraken, een oplossing is voor het fileprobleem. Denk aan auto + trein, auto + carpool, trein + fiets, … Gooien we niet te snel het kind met het badwater weg? Hebben we de mogelijkheden wel genoeg overwogen? De Belg blijft erg verknocht aan zijn auto, blijkt uit hetzelfde onderzoek… Maar aha! “opvallend is dat dit geloof bij jongeren veel hoger ligt…” Ze doen het toch niet slecht hé de laatste tijd, die jongeren, met hun #youthforclimate en #studentsforclimate!

Over autoverslaving gesproken: onderstaande bijna choquerende figuur van Eurostat toont aan hoe vaak de gemiddelde Belg een nieuwe auto koopt in vergelijking met andere landen… Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck schrijft daarover “De 4.000.000 auto’s die Vlaanderen ‘rijk’ is, rijden gemiddeld minder dan één uur per etmaal (tussen de 35 en de 55 minuten). Ze staan dus meer dan 23/24e van de tijd stil en hebben gemiddeld twee parkeerplaatsen per auto (thuis, op het werk, publieke ruimte, enz.) à rato van 30m² verharding per parkeerplaats. Dat komt overeen met 24.000 hectare verharding of parkeervloer voor blikken dozen die meestal stil staan. En als ze rijden staan ze ook nog bijna stil. Er is namelijk 70% van de dag-uren in Vlaanderen tussen de 100 en de 400 km file…

Stof tot nadenken?

eurostat

De auto demoniseren heeft natuurlijk ook weinig zin. Vanzelfsprekend blijft dit een bijzonder nuttig voertuig. Hoe kan een arts anders snel ter plaatse zijn als er iets voorvalt? Vanzelfsprekend is elke persoons- en gezinssituatie ook anders, zijn er mensen die beroepshalve weinig tot geen alternatieven hebben, en helpt het niet om met stenen te gooien. Maar een beetje kritisch kijken of het toch niet anders en beter kan, dat mag toch wel.

Er zijn zoveel kleine stapjes waar je zelf al kan beginnen. Met de (bak)fiets naar de winkel, in de mate van het mogelijke te voet of met de fiets naar school, naar de muziekschool, de sportvereniging, de jeugdbeweging. Of anders op z’n minst: carpoolen met de buren en vriendjes. Als we dan toch met de auto rijden, dan liefst met zo weinig mogelijk auto’s en met zoveel mogelijk volk erin!

Het doet me denken aan het publieke transport dat we in Afrika namen toen ik een dikke twaalf jaar geleden in Ethiopië werkte en woonde. De bus vertrok wanneer die vol was. Echt vol. Met mensen én met kippen en geiten, ook op het dak. Soms was dat lang wachten… Tijdverlies? Hangt er van af hoe je daar naar kijkt natuurlijk. In elk geval vaak plezant. En (kosten)efficiënt voor de busmaatschappij. En eigenlijk ook tijdsefficiënt als je het op niveau van de volledige groep bekijkt.

Maar dat zijn we verleerd. We bekijken tijdsefficiëntie steeds zeer individualistisch: alleen mijn tijd telt, op dit moment. Maar wat blijft nog over van die tijdsefficiëntie als je het aantal file-uren bij elkaar telt? En kunnen we blijven verantwoorden om voor alles wat we als individu doen en laten steeds tijds- en kostenefficiëntie als enig criterium te hanteren? Hoe leggen we straks onze (klein)kinderen uit dat we tijd en geld boven de draagkracht van onze planeet stelden?

Hoe snel de auto ook rijdt, het is duidelijk dat de mensheid zeer traag leert, want cultuurfilosoof Ivan Illich leerde ons reeds in 1973 één en ander over “Energieverbruik en maatschappelijke tegenstellingen”, zo wist mijn vader me lang geleden al eens te vertellen. Ik zocht het nog even op, Willy Colsaert omschreef het zeer bevattelijk: “Illich brengt bepaalde waarden van onze individualistische maatschappij onder kritiek: de nooit eindigende consumptie, het ideaal van de ongebreidelde productie, de inhouds- en doelloze vooruitgang, de grote verwachtingen die we bij wetenschappelijke en technologische prestaties koesteren.” Maar goed, terug naar mobiliteit, wat wist Illich ons daarover te vertellen? Wel, zijn visie laat enkele controversiële gedachten zien, maar spoort ons tegelijk aan tot nadenken. Op een andere manier naar de dingen kijken. Hij stelt dat “inzake mobiliteit de fiets, het spaakwiel, de luchtband en het kogellager de grootste en ultieme uitvindingen zijn.” Illich heeft het dan over de mobiliteit over de korte afstand, binnen een straal van ongeveer 8 kilometer (een gebied waarbinnen trouwens ongeveer 80% van alle gereden kilometers afgelegd worden – van en naar het werk, van en naar de winkel, van en naar de school). Hij toont namelijk aan dat – voor de korte reikwijdte – de maximale en tegelijk optimale snelheid ongeveer 20 km per uur is, die van de fietser. Huh? Leg dat eens uit? Waarop is dat gebaseerd? Wel, schijft Colsaert: “Illich berekende de reusachtige kostprijs van het autogebruik. Hij rekent daarbij alles om in de tijd die we nodig hebben om ons te kunnen verplaatsen: rechtstreeks en onrechtstreeks, de arbeidstijd die we nodig hebben om ons een auto aan te schaffen, hem met brandstof te vullen, de verzekering, de onderhoudskosten, enz. te betalen, … De balans is onthutsend. We verplaatsen ons aan de snelheid van de voetganger, maximaal 5 km per uur. Autobezit blijkt op die manier bekeken een enorme kost – trouwens niet alleen voor het individu, maar ook voor de maatschappij. De personenwagen dringt zich zo op dat men haast nog alleen door middel van het gebruik van een wagen mobiel kan zijn. De mensen verlaten de stad en gaan met hun wagen naar hun werk of naar de winkel – en door het grote verkeer wordt de stad onleefbaar, wat een verdere stadsvlucht meebrengt. De winkels en allerlei andere grote centra verplaatsen zich naar de rand van de stad. Gelukkig dus die zeldzame mensen die het radicale automonopolie kunnen negeren omdat ze in het centrum van de stad wonen. Als dergelijke mensen een redelijk loon verdienen, zijn ze rijk, door wat ze ‘uitsparen’”.

Ok. We schrijven 1973… En intussen zijn we toch 2019? Achterhaald dus. Of toch niet? Is het niet allemaal heel herkenbaar? Raakt Illich geen bijzonder actueel topic aan? Ik laat het aan jullie…