Tien Tips voor eenvoudige Klimaatacties

Voor de klimaatopwarming is er geen vaccin. De remedie voor het klimaatvirus, dat zijn onze klimaatacties! Zelf individueel actie ondernemen voor het klimaat… dat is toch ingewikkeld? Hoeft niet. Het kan op honderd en één manieren. En het hoeft niet meteen perfect te zijn, geef jezelf tijd erin te groeien. Zoek iets uit wat jou op het lijf geschreven is, wat voor jou haalbaar is. En denk vooral niet dat die kleine beetjes geen verschil kunnen maken… Het is een cliché maar daarom niet minder waar: “we don’t need a handful of people doing it perfectly, we need millions of people doing it imperfectly!

Daarom deelden we in de aanloop naar Dikketruiendag 2021 op onze facebookpagina tien concrete tips. Omdat herhaling geen kwaad kan. Tien? Het hadden er meer kunnen zijn natuurlijk. Of tien andere, die minstens even goed hadden kunnen zijn. Maar laat ons beginnen bij het begin. En wie er in kan slagen om op al deze fronten al wat actie te ondernemen, die staat al heel ver. Dus here we go.

Tip 1: Afval en andere brol. Wat heeft dat met het klimaat te maken? Afval produceren is een verlies van grondstoffen en energie. Bovendien zorgen de opslag, het transport en de verwerking van afval voor aantasting en verontreiniging van het milieu en voor extra uitstoot van CO2. Beperk daarom je hoeveelheid afval en sorteer goed zodat het optimaal kan worden gerecycleerd. Doe je boodschappen “verpakkingsarm”: zeg neen tegen teveel plastic verpakkingen, weiger gratis gadgets waar je niets mee bent en neem je herbruikbare tassen en zakjes standaard mee. Verpak je lunch in handige doosjes of herbruikbare lunchzakjes. Gebruik een bijenwasdoek ipv vershoudfolie. Eén adres voor dat alles in Tielt: www.bokaaltielt.be :)!

Tip 2: De beste kachel ben je zelf! We hebben het vaak over groene energie. En over welke energiebron nu de meest duurzame is. Maar wat zeker is: de meest duurzame klimaatoplossing is de energie die we niet verbruiken. De verwarming met één graad verminderen, bespaart 6% energie en CO2. Niet één dag per jaar, maar het hele jaar door. Isoleer dus jezelf: niet alleen met een dikke trui, maar ook met moderne thermische (onder)kledij. En met laagjes. Meer tips? Je vindt ze hier.

Tip 3: Op zoek naar ‘Energriezels’. Energriezels? Toestellen in standby-modus. Zowel voor scholen als organisaties, maar eigenlijk voor iedereen nog steeds een belangrijk thema. Heel wat mensen werken nu van thuis uit en leerlingen volgen thuis de online lessen. Onze energierekening dreigt te ontsporen… Ga op zoek naar sluipverbruik en schakel het uit! Je bewijst er jezelf, je portemonnee én het klimaat een grote dienst mee! Hier meer info.

Tip 4: Groen in plaats van grijs. Zorgen voor minder beton en meer planten, struiken of bomen verhoogt de biodiversiteit, leidt tot minder wateroverlast, gezondere lucht en een beter klimaat. Groenvoorziening  en ruimte voor waterpartijen heeft bovendien een positief effect op de gevolgen van de klimaatverandering in een bebouwde omgeving, het werkt prima tegen ‘hittestress’. Een boodschap aan onze lokale beleidsmakers, maar evengoed aan de scholen (een groene speelplaats, hoe machtig is dat!) en aan elk van ons: heb je al eens nagedacht hoe je op kleine schaal kan ontharden in je eigen tuin, op je terras of op je oprit?

Tip 5: Consuminderen. Iedereen kan consuminderen. En het is heel hip! Er zijn heel veel initiatieven om te delen, ruilen, herstellen, samen aan te kopen enz.: repair cafés, geefpleinen, autodelen, deel-apps, klusbibs, swishing events, boekenruilkasten, speelotheken en kringwinkels. Minder consumeren betekent minder produceren en dus minder uitstoot van CO2, minder verbruik van grondstoffen en water en minder productie van afval. Consuminderen is niet alleen zinvol tegen de klimaatverandering op zich, maar ook tegen de klimaatongelijkheid, want heel wat van ons consumptiegedrag heeft een grote impact over de grenzen heen, waar onze grondstoffen vandaan komen. Op onze website vind je alvast wat tips rond duurzame kledij, van tweedehands tot eco brands: wopplanet.com/duurzame-kledij/

Tip 6: Digitale soberheid. Wanneer je op het internet surft, gebruik je niet enkel een toestel dat rechtstreeks is aangesloten op een stopcontact of batterij, maar ook miljoenen gegevens die zijn opgeslagen op servers. Die servers verslinden bijzonder veel energie. Qua uitstoot van broeikasgassen, is het gebruik van het internet goed voor 3,7% van de wereldwijde uitstoot, d.w.z. het equivalent van al het luchtverkeer in de wereld. Dit cijfer zal naar verwachting verdubbelen tegen 2025 (en dat is zonder het Covid-19-effect). Eindeloos veel foto’s en filmpjes opladen of downloaden? Ook hier kan wat soberheid absoluut geen kwaad. Kuis je af en toe ook eens je online folders op? Meer lezen? Check de energids.

Tip 7: De fiets op! Te koud? Te nat? Te veel wind? Komaan! Smeer je kuiten in voor het klimaat. De klimaatflandriens trotseren met de fiets weer en wind om op school of op hun werk te geraken (als telewerk geen optie is). En in tijden van corona en beperkingen is fietsen toch dé manier om in beweging te blijven. Fietsen helpt tegen overgewicht en maakt je gezonder, fitter en alerter. Wat houdt je nog tegen?

Tip 8: Van strak gazon naar ecologisch tuinieren. Omdat een robuuste, levende tuin zichzelf kan onderhouden, meer water kan vasthouden, koolstof opslaat in de bodem en nuttige biodiversiteit aantrekt. Distels in ’t asfalt is een mooi voorbeeld: een Tielts initiatief dat ecologisch tuinieren wil promoten en gelijkgezinden wil samenbrengen. Laat je inspireren! Meer lezen? Check zeker ook eens de website van VELT.

Tip 9: Klimaatvriendelijk achter het stuur. We hadden het hiervoor al over klimaatflandriens: de fiets naar de top! Maar soms kruipen we toch eens achter het stuur… In ons kleine landje rijden liefst 7,5 miljoen voertuigen rond, waarvan 80% personenwagens. De motoren van deze personenwagens zijn wel steeds zuiniger geworden, maar we rijden meer kilometers en kopen vaak zwaardere modellen die meer verbruiken (monovolumes, SUV’s). Toch kunnen eenvoudige gedragswijzigingen de CO₂-uitstoot beperken. Je motor afzetten aan de spoorwegovergang is er ééntje (en in Tielt blijkbaar een héél moeilijke, stellen we vast…). Wil je meer zuinige tips? Hier kan je ze vinden!

Tip 10: Volg het ritme van de seizoenen. Huh? We hebben het over ons voedsel. We weten intussen allemaal dat we best serieus wat minder vlees en zuivel kunnen eten, en wat meer peulvruchten, noten, zaden, fruit en groenten. En ja, dat kan best wel heel divers en smaakvol zijn. Geef het eens een kans, eventueel aan de hand van een afhaalmaaltijd. Eaudette in Tielt om maar iets te noemen. Kies je ook voor seizoensgebonden? Kiezen voor seizoensgebonden groenten en fruit is kiezen voor lokale boeren, voor minder transport, voor minder energieverbruik. Laat je leiden door deze seizoenskalender van VELT. Bovenal: zoek uit waar je eten vandaan komt, en wie het produceert. Dan weet je écht wat je op je bord krijgt. Tomaten uit de serres van Zuid-Spanje of Italië? Toch maar even dubbel checken. Simon Reeve onthulde in zijn docu-reeks bijvoorbeeld de ongeziene impact op plastic dumping en uitbuiting van migranten. https://www.facebook.com/bbc/videos/3142875419109430.

De smaak te pakken? Surf zeker nog eens naar www.mijnverborgenimpact.nl en ontdek jouw “top tien” impact. Heel concreet, zodat je meteen ook haalbare plannen kan maken om te verduurzamen.

Zelf nog tips of toffe ervaringen? Deel ze graag met ons.

Van onze straat tot in de wetstraat: de lange weg van afval tot gerecycleerd product

Begin 2021 werd ook in Tielt de “nieuwe blauwe zak” geïntroduceerd, de P+MD zak. Sinds 1 januari mag je alle huishoudelijke plastic verpakkingen, dus ook soepele plastic zoals folies en zakken en harde plastic zoals potjes en bakjes, bij het PMD sorteren (ook al in de oude zakken die je nog liggen had). We gaan ervan uit dat dat een goeie zaak is voor het milieu – want meer sorteren betekent meer recycleren. Maar is dat wel zo? Wordt het sorteerproces niet veel complexer met heel wat extra onbruikbare afvalstromen tot gevolg? Afval. Plastic. Je kan het al raden: het ligt WOP! na aan het hart.

Een aantal studies en reportages maakte ons toch erg bezorgd.  In de PANO reportage van september 2019 bv werden heel wat vragen gesteld bij het hele recyclage gebeuren. Het hoera-verhaal van de recyclage werd doorprikt: slechts een deel van alle ingezamelde plastics worden werkelijk gerecycleerd, heel wat afval wordt naar het buitenland geëxporteerd (en is daar vaak niet meer welkom), en dan hebben we het nog niet over de problematiek van bv. zwerfvuil. Maar er werd ook gesproken over beterschap in de toekomst. Zou er het afgelopen jaar al iets veranderd zijn? Wij vonden het alvast heel belangrijk om dit nog grondiger uit te zoeken, en proberen zicht te krijgen op elke stap in het proces.

We begonnen dus lokaal en probeerden uit te zoeken wat er nu eigenlijk precies gebeurt eenmaal de P+MD zak aan onze deur in Tielt vertrekt. We namen daarvoor contact op met IVIO (de intercommunale die instaat voor het ophalen), PreZero Evergem (het sorteerbedrijf waar onze P+MD in 14 fracties gesorteerd wordt) en Fost Plus (de organisatie die overkoepelend verantwoordelijk is voor de inzameling en recyclage van huishoudelijke verpakkingen in België). Bij PreZero werden we door de site manager (Frank Schepers) al snel uitgenodigd voor een bezoek met rondleiding: die kans lieten we niet liggen! De manager stond ons op 15 januari uitgebreid te woord en wat we zagen op deze gloednieuwe site, was indrukwekkend.

Beginnen bij het begin: waarover gaat het? Wat is P+MD?

PMD kennen we allemaal. Het is de afkorting voor de afvalfractie die bestaat uit plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen en drankkartons. Maar sinds kort (in Tielt vanaf begin dit jaar) worden de P+MD zakken ingevoerd. Die plus slaat er op dat er nu meer soorten plastic dan enkel flessen en flacons toegelaten worden; met name soepele plastic zoals folies en zakken en harde plastic zoals potjes en bakjes. Dit met als doel de sorteerregels voor pmd-afval te vereenvoudigen om zo meer materialen te kunnen recupereren, grondstoffen te sparen en de hoeveelheid restafval te verminderen. 

PreZero: een sorteerbedrijf voor huishoudelijk P+MD

De site van PreZero in Evergem is een sorteerbedrijf. Zij sorteren in opdracht van Fost Plus. Fost Plus blijft de eigenaar van alle materiaal. Het sorteren is slechts een deel van het volledige proces in het totaalverhaal, dat begint met het ophalen aan onze deur en eindigt met het ontwikkelen van nieuwe producten uit gerecycleerd materiaal.

PreZero Evergem zal uiteindelijk een aanzienlijk volume van alle P+MD van België sorteren. Op termijn kan dat met een capaciteit van 100.000 ton per jaar; de helft van de ongeveer 200.000 ton huishoudelijke P+MD die jaarlijks in België opgehaald wordt. Al is dat een moeilijke inschatting, want dit kan sterk fluctueren. Ten gevolge van Corona en de sluiting van de horeca, is er bv een enorme opstoot aan huishoudelijk P+MD merkbaar momenteel. De twee andere Belgische bedrijven die gelijkaardige activiteiten (zullen) uitvoeren, zijn in handen van Indaver en Suez.

Het gaat in alle drie de gevallen over huishoudelijk P+MD. Daarnaast is er natuurlijk ook nog heel wat P+MD uit bedrijven. Dit zit momenteel nog niet onder de Fost Plus koepel. Hoewel het materiaal op zich identiek is aan dat van huishoudens, gebeurt de verwerking niet volgens hetzelfde protocol en de inzameling niet op dezelfde manier. Huishoudelijk P+MD wordt ingezameld via de intercommunales, terwijl het materiaal afkomstig van bedrijven door private ondernemingen zoals Suez, Renewi en Vanheden wordt opgehaald en verwerkt. Als hier op langere termijn toch bedrijfsmateriaal gesorteerd zou worden, dan kan dat perfect maar zal dat strikt gescheiden gebeuren. Elke stroom wordt namelijk heel sterk gemonitord en opgevolgd, in elke fase van het proces. Samplen en monitoren gebeurt dagelijks, en op deze site zijn twee fulltime kwaliteitsmedewerkers aan de slag.

Wacht, nog even terugspoelen.

Wat is er al met de PMD zak gebeurd alvorens hij in Evergem aankomt? Dan is hij natuurlijk eerst en vooral al door de vuilniswagens opgehaald. De beladers van die wagens doen een eerste controle, visueel en op basis van het gewicht. Het begint dus eigenlijk bij onszelf en een correct gevulde zak. In de vuilniswagen worden de zakken al voor een stuk gescheurd en zakt al een deel van de resten vloeistof naar de bodem van de wagen, waar dit percolaat opgevangen wordt. De wagen rijdt naar een overslagstation, waar alles overgeladen wordt in grotere camions. Die rijden uiteindelijk naar PreZero om de zakken te lossen in een grote hal. Alvorens dat kan, vindt er voor elke vracht een ingangscontrole plaats: wordt daar een fout vastgesteld, dan zit het risico er in dat de hele vracht wordt afgekeurd en misschien zelf nooit meer gerecycleerd wordt. Goed sorteren is dus van bijzonder groot belang, niet alleen voor jouw individuele zak, maar voor de hele vracht waarin ze meegaat. En je kan het natuurlijk al raden: elk van die tussenstappen houdt ook een risico op materiaalverlies in.

Een moderne installatie die tot 14 zuivere fracties sorteert

Op het moment dat wij de site bezoeken, is het er een enorme bedrijvigheid om de opstart voor te bereiden en de laatste installaties op punt te stellen voor de officieel in productie gaan vanaf 8 februari.

Dit is de meest technologische en moderne sorteerinstallatie op dit moment. Tot november vorig jaar kon geen enkele installatie eigenlijk P+MD verwerken conform het nieuwe bestek van Fost Plus. Het verhaal rond dat bestek is zo’n 3 jaar geleden gestart en is gebaseerd op kwaliteitsspecificaties in de recyclage (de volgende stap, na het sorteren). Zo wordt een zuiverheidsgraad van gemiddeld 97% vooropgesteld voor polymeren. PreZero tekende in op dat bestek en bouwde in die context deze site. Hier zullen 14 verschillende fracties finaal uitgesorteerd worden. Het streefdoel? Van alles wat binnenkomt, eindigt 95% in een recycleerbare stroom. Maximum 5% blijft dus over als “residu”.

En dan nu… een beetje technisch

We kregen een exclusieve rondleiding van Jonathan, de rechterhand van manager Frank. In de verwerkingsinstallatie zelf mochten we geen foto’s nemen. Maar als je een goed beeld wil krijgen van het hele proces, bekijk dan dit korte filmpje van de Prezero sorteerinstallatie in Zwolle. Het gaat in Nederland om ietwat andere stromen en normen, maar het hele proces is verder identiek aan dat in Evergem.

Van het hele sorteerproces, gebeurt 75% door zelflerende machines (waarvan de parameters weliswaar door mensen worden ingesteld). Nadat de zakken in een ontvangbak volledig zijn opengescheurd, komt alle materiaal op een lange transportband, die de werkelijke sorteerinstallatie ingaat. Daar worden de grote materialen eerst van de kleine gescheiden, waarna alles een soort stofzuiger passeert: die scheidt de folies van alles wat zwaarder is. Volgende stap? Een magnetisch veld dat de metalen uit de stroom haalt. Enkel aluminium, dat niet makkelijk gemagnetiseerd kan worden, ondergaat nog een afzonderlijke stap over een sterk stroomveld. Dan blijven nog de tetrabriks en al die verschillende fracties en types plastic over… Die passeren niet minder dan 27 machines die gebruik maken van nabije infraroodtechniek. Hier worden telkens bepaalde frequenties uitgestuurd die door het materiaal weerkaatst worden: elk type materiaal weerkaatst op een ietwat andere manier, en kan zo van de andere materialen onderscheiden worden. Eén zo’n infrarood apparaat kost €250.000… Begin maar te tellen. De hele site zal zo’n 40 miljoen euro gekost hebben.

Aan het einde van de rit volgt het menselijk werk: elke shift van 8,5u staan 22 mensen aan de band om het nasorteerwerk uit te voeren; 66 mensen aan het werk per etmaal dus. Zij corrigeren materialen die fout terecht zijn gekomen: ofwel worden deze terug naar af gestuurd, ofwel zijn ze niet recycleerbaar en worden ze afgevoerd voor verbranding. “Als er met een product echt niets meer te doen is, dan is verbranden zeker een goeie oplossing”, vertelt de manager ons. Bij verbranding kan via warmtekrachtkoppeling heel wat energie opgewekt worden. Die kan op het net gestoken worden of bv benut worden voor het aanmaken van waterstof… En dan komen we bij wat misschien wel dé toekomst zal zijn voor onze mobiliteit: auto’s op waterstof. Maar dat is weer een ander verhaal ;).

Je kan je wel inbeelden dat dit hele proces heel wat energieverbruik vergt. Er zijn echter veel inspanningen geleverd om warmte te recupereren (bv voor de verwarming van de kantoorgebouwen), restenergie te benutten en zonnepanelen te leggen. Toch eisen sorteren en recycleren heel wat energie. Denk ook maar aan al het transport wat er bij komt kijken.

Een paar materialen uitgelicht

Tetrabriks? Kunnen die écht opnieuw gebruikt worden? Ja. Technisch zijn ze perfect te scheiden. Via een verdampingstechniek wordt eerst de paraffine laag losgeweekt. Dat kan herbestemd worden bv voor het maken van kaarsen. Daarna kunnen ook karton en aluminium van elkaar gescheiden worden. Dat gebeurt echter niet in deze sorteerinstallatie, maar pas in een later stap van het recyclage proces.

Niets is wat het lijkt. Kijk eens naar onderstaande foto’s: op elke foto zie je telkens 2x een gelijkaardige verpakking. Twee maal hetzelfde, niet? Toch niet. Telkens mag de linkse verpakking niet en de rechtse wel in de P+MD zak. Deze keer heeft dat niets met het materiaal op zich te maken, maar wel met de inhoud. Zie je het symbooltje voor “corrosief materiaal” op de linkse verpakking? Dit kan gevaarlijk zijn voor de medewerkers in de sorteerinstallatie. Hetzelfde geldt voor verpakkingen met symbolen voor “giftig” of “schadelijk op lange termijn”.

En wat hoort nog niet in de PMD zak? Risicovolle materialen voor de installatie zijn bv. siliconetubes, verpakkingen van motorolie of batterijen. Ook Tipp-ex rollers of cassettebandjes gooi je best niet in de P+MD zak: de lange linten kunnen voor vervelende verstoppingen zorgen.

En wat na het sorteren?

Aan de poort van de PreZero site in Evergem vertrekken dus binnenkort 14 zuivere fracties, in grote hoeveelheden. Die worden opgehaald door recyclagebedrijven. Fost Plus organiseert overkoepelend de contracten met die bedrijven. Waar mogelijk wordt gezocht naar bedrijven dicht bij, zoveel mogelijk in België. Maar vaak gaan deze stromen ook naar Frankrijk, Duitsland of verder weg. Alles blijft weliswaar sterk geauditeerd. Op het vlak van die audits en het hele controleproces in elke schakel van de keten, is er een duidelijk verschil tussen Fost Plus als sterk gecontroleerde overheidsorganisatie, en privé spelers zoals Suez of Renewi. Die laatsten zitten op de vrije handelsmarkt, en vermoedelijk zijn het vooral ook die spelers die grote hoeveelheden afval blijven exporteren naar verre landen, waar de controle over milieu- en sociale impact veel minder ver gaat.

Terug naar af… In Azië wenst men niet langer met ons afval opgezadeld te worden.

Het ligt de manager van de site in Evergem duidelijk na aan het hart wat er verder met deze materialen gebeurt. Voor meer inzicht, verwijst hij ons verder door naar Fost Plus. Desalniettemin licht hij al een tipje van de sluier: ja, het klopt dat heel wat van de meest kwaliteitsvolle polymeer granulaten (de zuivere gerecycleerde plastickorrels) hopeloos liggen te wachten op een nieuw gebruik. Maar zolang het produceren van nieuw plastic uit ruwe aardolie goedkoper blijft dan het werken met recyclaten, loopt dit hele verhaal hier vast. De oplossing? Die is eigenlijk heel eenvoudig: taxeer producten uit ruwe aardolie, en beloon het werken met recyclaten. Lobbywerk, gebrek aan politieke moed, schrik voor het verlies van jobs of inkomsten via accijnzen op bv diesel, vormen voorlopig een moeilijk te overwinnen hindernis.

Maar daarover meer in het vervolgverhaal van onze zoektocht.

Conclusie van dit verhaal?

Uit deze eerste stap in onze zoektocht concluderen we: de P+MD zak biedt zeker nieuwe mogelijkheden; er is de afgelopen jaren enorme vooruitgang geboekt in de technieken om ons afval te scheiden in heel wat zuivere fracties die allen gerecycleerd kunnen worden. Kunnen. Want een aanzienlijk deel van die fracties blijft aan het einde van de rit voorlopig onbenut. Daar staan niet alleen praktische belemmeringen maar vooral lobbywerk door de plasticindustrie en ontoereikend beleid in de weg.

Wat kunnen jij en ik intussen doen? Probeer het afval dat je aanbiedt in de PMD zak zo zuiver mogelijk te houden. Prop geen ander materiaal in de plastic verpakkingen, probeer het materiaal proper aan te bieden, scheid folies van plastic trays, etc. En wil je echt iets aan de afval overbelasting van onze planeet doen? Begin dan aan de bron: koop verpakkingsvrij, laat nodeloos verpakte zaken maar liggen, en hergebruik zelf je materialen. Want recyclage alleen zal het probleem niet oplossen, en tot op vandaag blijft de plasticproductie verder groeien en belandt er elke minuut een vrachtwagen plastic in zee… Elke minuut. Elke minuut.

Corona post en post-corona

We praten plots niet meer over het weer… Het beruchte Corona virus COVID-19 domineert alle nieuws en alle gesprekken. Over wat het doet met ons dagelijkse leven en dat van anderen. Over wat goed loopt en wat beter kan. We staan stil bij wat gebeurt en vormen een mening.

Het zal je niet verbazen dat ik ook hier graag even een paar gedachten op een rijtje zet… Vandaar deze Corona post, met vooral een aantal doorverwijzingen naar interessante lectuur, documentaires en interviews.

Wat we om ons heen zien, toont een wereld die plots anders lijkt te draaien. Van het ene op het andere moment ziet de invulling van onze dagen er opvallend anders uit. Een crisis als deze lijkt op bepaalde momenten het slechtste in de mens boven te halen, van de inhaligheid in de supermarkt tot het stigmatiseren van bepaalde groepen of het afsluiten van grenzen in eigen belang. Maar bovenal valt op dat er zoveel spontane solidariteit, zoveel mooie initiatieven ontstaan, overal om ons heen. De zorgsector levert moedig ongeziene inspanningen die alle respect verdienen, leerkrachten wisten in een mum van tijd oplossingen te bedenken voor online onderwijsvormen, vele mensen proberen op de meest creatieve manieren het moreel hoog te houden, zorg en ondersteuning te bieden. Ondersteuning voor mensen die rechtstreeks of onrechtstreeks, fysiek of mentaal, met de gevolgen van deze crisis geconfronteerd worden. De krachtige reflex van zorg voor elkaar mag gerust een pak meer erkend worden. Om de woorden van Tom Hannes in De Standaard te gebruiken : “Ik kan alleen maar hopen dat wie applaudisseert voor de zorgsector, beseft dat hij of zij volgende keer best stemt voor partijen die niet van plan zijn daar nog verder te saneren”.

Maar toch… hoe belangrijk de aandacht en bezorgdheid rond deze epidemie ook is, het lijkt nu wat alsof er plots niets anders meer is… Alsof het COVID-19 virus de enige nog resterende uitdaging in deze wereld blijft. Vergeten we geen kwetsbare groepen? Waar zijn nu plots al die andere wereldwijde uitdagingen? Welke gevolgen hebben de maatregelen die regeringen op dit moment nemen voor de daklozen, de mensen zonder papieren, mensen die technisch werkloos zijn? Blijf in uw kot, maar wat als je geen thuis hebt of in een vluchtelingenkamp verblijft waar social distancing louter een theorie is? En hoe moet het nu met die klimaatuitdagingen, want 2020 was toch hét jaar van de waarheid?

We zijn in verwarring. En een beetje verwarring is nodig om te komen tot verandering. We hopen dus vanzelfsprekend dat deze crisis ons ook iets kan leren. Dat we als mensheid lessen zullen trekken en bepaalde zaken anders en beter zullen aanpakken… Maar de vraag is of dat geen ijdele hoop is…. De geschiedenis en ook heel wat eerste reacties leren dat de mens een koppig wezen is en blijft, en niet zo makkelijk leert uit het verleden. Zullen we niet met z’n allen conclusies trekken die vooral best in ons bestaande denkpatroon, in ons eigen kraam passen? Een nieuw argument voor ons eigen gelijk? Zullen we bij afloop niet vooral met z’n allen aan een rotsnelheid proberen in te halen wat we gedurende de afgelopen weken of maanden “kwijt” waren of “gemist” hebben? Een klein knikje in de grafieken om daarna weer verder te gaan op hetzelfde elan? Ook Dirk Draulans en Marc Van Ranst drukken in “De Afspraak” die bezorgdheid uit: “De huidige crisis zal niet leiden tot gedragsverandering bij mensen of overheden”.

Moeten we vrezen dat andere uitdagingen, zoals de broodnodige klimaat- & milieu-inspanningen en de aanpak van armoede & ongelijkheid (beide trouwens onlosmakelijk met elkaar verbonden) nu nog meer op de lange baan geschoven zullen worden? Of zoals Jan Brusselaers zich terecht afvraagt: “Wie zal na afloop van deze crisis bereid zijn om ook nog eens de klimaatcrisis het hoofd te bieden?”. Misschien zullen we te horen krijgen dat er economisch andere prioriteiten zijn en dat er onvoldoende middelen zijn… Maat laat ons wel wezen: als je ziet wat voor miljarden in (nucleaire) wapens of gevechtsvliegtuigen wordt gestopt, dan kan je alleen maar concluderen dat er veel kan mits een herschikking van al dat geld. Het zijn de woorden van Réginald Moreels, die in de serie “topdokters” een pleidooi hield voor meer gelijkheid na de pandemie.

We kunnen dus wel met z’n allen waakzaam zijn, die zaken bespreekbaar maken, (re)ageren en misschien toch… toch hopen dat we hier met z’n allen mooier van worden. Want deze crisis bewijst ook heel overtuigend dat snelle, grondige en gecoördineerde inzet van maatregelen wel degelijk mogelijk is: op amper enkele weken doet een virus wat politici al maanden of zelfs jaren nalaten: de CO2-uitstoot verkleinen, respect tonen voor de zorg, de banken responsabiliseren voor het algemeen belang, een (halve) Belgische regering vormen.

91145708_10158194416945987_8052538487104077824_n

Wat kunnen we dan onthouden voor wat hierna komt, voor het Post-Corona tijdperk? Er wordt deze dagen heel veel gezegd en geschreven daarover, teveel om allemaal te bevatten. Zonder volledig te willen zijn, pik ik er enkele elementen uit die me relevant lijken.

De documentaire “virusjagers” geeft ons alvast heel wat belangrijke inzichten. Samengevat: we zijn op onze planeet met ruim 7 miljard mensen. We gaan op plekken wonen waar mensen nooit geleefd hebben, dringen tot diep in tropische wouden en komen meer en meer in contact met dieren en hun ziekteverwekkers in die gebieden. De wisselwerking tussen mensen en dieren verandert. We moeten ons daar op z’n minst van bewust zijn en dus proberen de natuur mee te krijgen in ons verhaal, meer in harmonie te leven mét die natuur. Niet louter om die natuur en biodiversiteit op zich te beschermen, maar ook omdat dat in ons eigen belang is. Want momenteel leven we ver boven onze stand en groeien we ver voorbij de grenzen van wat deze planeet kan dragen. Hendrik Schoukens schrijft in Knack: “Het coronavirus herinnert ons aan het feit dat de mens slechts een onderdeel is van de natuur. En er niet buiten of boven staat.”

De ongebreidelde ontbossing, het verhandelen van wilde dieren, … zijn de zaken die er logischerwijs en snel uit moeten. Of zoals zoöloog Herwig Leirs het in een recent MO* interview zegt: “Op korte termijn moeten we dit virus bedwingen. Op lange termijn moeten we het verlies aan biodiversiteit en habitats terugdringen.”

Bovenstaande is allicht de allerbelangrijkste take home message. Maar wat doen we er dan concreet mee? Wat kunnen we als individu doen? Om te beginnen is het van groot belang om in te zetten op een verbod van de handel in exotische diersoorten, en om markten met levende dieren en de consumptie van bushmeat aan banden te leggen, zeker daar waar het vooral een lucratieve business en geen overlevingsstrategie is. Maar als je alle lagen op elkaar legt, dan kom je misschien wel uit op de mondiale honger naar vlees. We kappen bossen om runderen te laten grazen of om het vrij gemaakte terrein in te zaaien met soja voor veevoer. “We kunnen maar beter wat voorzichtig zijn met onze bossen”, zegt Leirs in hetzelfde MO* interview. ” De vraag naar vlees moet omlaag waardoor de druk om bossen te vernietigen vermindert.”

Dan maar geen dieren meer in onze landbouw? Toch wel. Maar op een andere schaal, met een andere rol en anders gevoed, in een circulair landbouwmodel. Dat brengt me bij een volgend aspect in deze complexe puzzel: ons voedingspatroon en onze landbouwproductiesystemen. Tja, dat is een beetje mijn ding… Maar om te vermijden dat ik hier vertrokken ben voor een ellenlang betoog, hou ik het bij twee korte suggesties.

Ten eerste, bekijk de film INHABIT (http://inhabitfilm.com/). Een film die helpt om je voor te stellen hoe een meer veerkrachtige wereld er uit kan zien. Momenteel is hij gratis te bekijken, profiteer er dus van! (Engelse ondertitels te downloaden).

Ten tweede, laat dit idee even bezinken: geen enkel landbouwsysteem is vrij van risico op ziektes en plagen, maar sterk gespecialiseerde landbouwvormen die vooral gericht zijn op maximale productie, met intensieve veeteelt, veel dieren op een kleine oppervlakte en een gebrek aan natuurlijke immuniteit wegens nagenoeg geen natuurlijk zonlicht of mogelijkheid tot vrije buitenloop, is per definitie veel kwetsbaarder. Kwetsbaarder en dus minder weerbaar tegen epidemieën, prijsschommelingen, klimaatextremen, … dan landbouwvormen waarbij (bio)diversiteit, gezonde bodem en gemengde bedrijfsvoering (gewas-dier-boom) sleutelwoorden zijn. Zeg maar agro-ecologische landbouw. De meningen daarover verschillen sterk en misschien is er meer bewijs nodig, maar de praktijk en het gezond boerenverstand tonen dat aan. Vandaag nog sprak ik een Westvlaamse landbouwer die zei dat hij zo opgelucht is met de diversiteit op zijn bedrijf tijdens deze crisis: wat hij momenteel verliest aan inkomsten uit hoevetoerisme, wint hij terug uit de toegenomen verkoop in zijn hoeveslagerij.

En zo komen we bij consumptie, met een bijzonder warme oproep om lokaal te kopen bij producenten die respect tonen voor mens en omgeving. Ook met vzw WOP! proberen we daar via Bokaal een steentje toe bij te dragen.

Goed, deze tekst wordt stilaan te lang voor één blogverhaal. Maar nu we toch bezig zijn met het uitwisselen van tips en ideeën: dit moet ik nog heel even kwijt. Een veelgebruikt middel om zich dezer te dagen te beschermen tegen het coronavirus, zijn handschoenen. In de winkel, op het openbaar vervoer, tijdens het werken: overal lopen mensen rond met bedekte handen. Volgens viroloog Steven Van Gucht is dat “totaal nutteloos”. Het gevaar van het virus zit hem niet in het contact met handen, aangezien de virusdeeltjes niet via de huid of het bloed verspreid worden. Je loopt enkel risico als die virusdeeltjes in je mond, neus of ogen terecht komen, en daartegen helpen handschoenen niet. Het creëert een vals gevoel van veiligheid en bovendien hebben al die wegwerphandschoenen een ongewenst neveneffect, namelijk een grote berg aan extra afval. Het doet pijn vast te stellen dat nu reeds, op zo’n korte termijn, op vele plaatsen in bermen, parken en waterlopen mondmaskers en wegwerphandschoenen teruggevonden worden…

Ik sluit af met deze oproep: breng voldoende tijd door in de buitenlucht, zit regelmatig eens met je handen en voeten in de aarde, en wees matig met zepen, shampoos en andere verzorgingsproducten. Té clean, dat maakt ons kwetsbaar. Tot slot, denk aan deze woorden uit “De blog van Kwadraet“: Bescherm je goed, maar vergeet niet je te laten raken. Door een lied, een mens, de lente. Als het maar leeft. Er is nog steeds veel schoonheid voorhanden. We hebben die meer dan ooit nodig om ervoor te zorgen dat we raakbaar blijven. Zodat het sluiten van grenzen en het in ons kot blijven ons tenminste niet met z’n allen een olifantenvel bezorgt.

91001842_2595810974014886_8384037373113008128_n

De wereld staat in brand

Aan wereldwijde uitdagingen geen gebrek in deze tijden. We worden overspoeld met berichten over de klimaatproblematiek, de biodiversiteitscrisis, lucht- en waterkwaliteit. Allerhande oplossingen, vaak zeer technologisch, worden voorgesteld. De ene al beloftevoller dan de andere, maar vaak curatief en zelden een oplossing die de kern van de problemen weet aan te pakken.

 Er is echter één bijzonder vernuftige technologie die de natuur ons al eeuwenlang zomaar aanreikt maar die we steevast onderwaarderen, en dat is… de boom. Ik kan geen enkele uitvinding bedenken die meer functies heeft, die de verbeelding meer tart en waar in de loop van de geschiedenis met meer lof over is geschreven. De kans is klein dat je er al eens uitvoerig bij hebt stilgestaan, want het lijkt allemaal zo vanzelfsprekend, maar bomen wereldwijd leveren een ongeziene hoeveelheid producten: fruit, bessen, noten, voeder voor dieren, brandstof, vezels, timmerhout, medicijnen, papier, sieraden, grondstof voor speelgoed, ga zo maar door. Maar hij verschaft ook bescherming en beschutting voor mens, plant en dier, nestgelegenheid voor vogels en andere bewoners, schaduw en verkoeling. Wellicht liep je deze zomer wel eens door een bos of gewoon een dreef met bomen midden in de stad? Wat een verademing die koele atmosfeer. Neem dat gerust letterlijk: bomen zuiveren onze lucht van fijn stof, ozon en stikstofdioxide, en geven zuurstof af. Ze bieden ons ontspanning, een mooi landschap, gelegenheid om te wandelen en te fietsen, te klimmen en klauteren. Soms ontzagwekkend groot, maakten ze grotere stukken geschiedenis mee dan wij ooit zullen meemaken. En sociaal zijn ze ook: via een ondergronds netwerk van wortels en schimmeldraden, waarschuwen ze elkaar tegen plagen en ziektes, en helpen ze elkaar bij het vinden van voedingsstoffen en water. 

 

Ok, betrapt… Wie me kent, weet dat ik een beetje een afwijkende affiniteit heb voor bomen. Her en der plant ik er al m’n hele leven. Het begon met één enkele eik in de tuin van m’n ouders, maar groeide door tot een herbebossingsproject in Ethiopië en projecten rond boslandbouw (agroforestry – vee en gewassen telen tussen bomen) vandaag de dag. Maar het mag gerust meer zijn, veel meer. Wat mensen zoals bv. Jurgen Heytens doen, dat is echt bewonderenswaardig. Hij laat definitief zijn thuisstad Gent achter zich om in Congo zijn leven te wijden aan het planten van duizenden bomen. Mensen zoals Jurgen zijn hoopgevend en inspirerend.

floo kastanje

 Intussen staat de wereld in brand. Meer dan ooit. In Brazilië woedt een ongezien hoog aantal en zeer intense branden, maar de situatie is niet beter op honderden andere plaatsen in Tropisch Amerika, Afrika en Azië. De afgelopen week werden we overspoeld met berichten en beelden die ons choqueerden, maar we beseffen nog maar half de omvang en impact van wat gaande is. De honderden jaren die nodig zijn om dit te herstellen, als die kans zich al ooit voordoet. De onherroepelijk verloren biodiversiteit. De diepe wonden geslagen bij de gemeenschappen die leven in en van deze machtige wouden, en die hun huis en ziel verliezen. Het veranderend klimaat met zijn langere en intensere droge periodes resulteert nu al in een vicieuze cirkel: hoe droger het is, hoe groter het risico op bosbranden. En hoe minder bos, hoe minder verdamping van water en dus hoe minder regen. Maar bovenop dit “natuurlijke” fenomeen zijn we getuige van een ongezien beangstigend politiek machtsspel van een president die zijn gelijke niet kent. En van een economische lobby die maar één doel voor ogen heeft: zoveel mogelijk productie, zoveel mogelijk internationale handel, zoveel mogelijk winst. Ten koste van alles. De meest absurde insinuaties worden gemaakt, hulp wordt geweigerd.

En toch hebben ook wij boter op het hoofd. En zijn we met miljarden mensen wereldwijd om op verandering aan te sturen. Mogelijkheden en waardevolle ideeën zijn er genoeg: minder vlees eten (laat zeker die fastfood hamburgers maar liggen), geen tropisch hardhout kopen (of op z’n minst uitkijken voor een duurzaam label zoals FSC, PEFC of Rainforest Alliance), palmolie mijden, en ga zo maar door.

 Moeten we elkaar dan radicaal met de vinger wijzen, voor elke aankoop, elk stukje vlees dat we eten? Neen, ik geloof niet dat dat veel zoden aan de dijk brengt, hoe terecht en goed bedoeld zo’n tegenreactie ook zou zijn. Ik denk niet dat de perfecte mens bestaat, of er lopen er alvast niet veel rond. Laat ons vooral beginnen met onszelf. Wat bewuster om te gaan met al die zaken, kijken wat binnen ons handelsbereik ligt. Stel in vraag waar je voedsel en het hout van je meubels of schrijnwerk vandaan komt. Probeer te mijden wat rechtstreeks gelinkt kan worden aan ontbossing in Brazilië of elders in de wereld. Of ja, waarom niet, compenseer via Treecological eens de CO2 uitstoot van je vliegtuig- of autoreis deze zomer ten goede van een herbebossingsproject!

 Zo kunnen we stapje per stapje onze inspanningen aanscherpen. En die mensen en organisaties steunen die op alle mogelijke manieren inspanningen leveren om het tij te keren. Zij die inzetten op agroecologische landbouw, voedselbossen en (her)bebossing. Zij die willen werken aan handelsakkoorden die gegrond zijn op krachtige voorwaarden op vlak van duurzaamheid en mensenrechten. Zij die ons informeren. Zij die er naar streven om de grote spelers, multinationals en politici, die uit zijn op steeds meer macht en geld, buiten spel te zetten. Mogen we daar van dromen?

 De druk op onze leefomgeving zal er wellicht altijd zijn en nog groeien, we zijn nu eenmaal met heel veel op deze bol. Daar moeten we realistisch in zijn. Maar er is nog pakken marge om het anders en beter aan te pakken, om onze leefruimte efficiënter te benutten, overconsumptie en voedselverspilling te mijden, te hergebruiken .

 Jazeker, dromen mag. Maar laat ons het nog heel even hebben over die bomen. Ik las in de krant dat we op de wereld nog ruimte hebben om 1 biljoen bomen te planten. En dat we daarmee de klimaatopwarming echt fors kunnen afremmen. Doen we dat dan maar? Zullen we beginnen met allemaal minstens één boom te planten? Deze winter. Afgesproken.

Afbeelding2

 

Evident.

Ben jij ook wel eens vol onbegrip over het gedrag van mensen om ons heen? Over het feit dat er zoveel evidente, kleine vormen van respect en verantwoordelijkheidszin zijn voor elkaar en voor onze omgeving, waar mensen toch hun laars aan lappen? Dat we afval zomaar op straat, op strand of in de wegberm gooien ondanks het besef dat de gevolgen dramatisch kunnen zijn voor alle levende wezens dichtbij en veraf, en dat dat afval nooit helemaal verdwijnt? Dat plastic rietjes wel dégelijk een probleem vormen voor het mariene leven, ook al beweert een infantiele – vergeef me de woordkeuze – president aan de overkant van het water het tegendeel? Dat we het zo moeilijk vinden om mensen die voor geweld en honger op de vlucht zijn ook onze mensen te noemen en te verwelkomen? En dat het nochtans vaak niet zoveel om het lijf heeft om het beter aan te pakken? Dat soort vragen houdt me bijna dagelijks bezig. Je zou het haast een obsessie kunnen noemen – ik zou er eigenlijk heel graag vanaf willen. Maar ik kan het zo moeilijk vatten.

Na het warme weer van de afgelopen weken verschenen honderden foto’s van stranden achtergelaten als een grote vuilnisbelt. Menslief, hoeveel inspanning vraagt het om tot de dichtstbijzijnde vuilnisbak te stappen of gewoon je eigen troep mee te nemen? Hebben we dan echt zoveel campagnes, sensibilisering en regelgeving nodig om ons tot kleine, eenvoudige gedragswijzigingen aan te zetten? En hebben we een Hoge Commissie nodig om ons bijvoorbeeld te leren dat de werkelijke kost van goedkoop (en vaak weinig kwaliteitsvol) voedsel de vernietiging van onze eigen gezondheid én van ons leefmilieu inhoudt, zoals The Guardian onlangs schreef? Of dat de manier waarop we met kleding omgaan en wat we ervoor willen betalen wel degelijk tot sociale uitbuiting blijft leiden? Ik las onlangs in MO-magazine dat consumenten vandaag zestig procent meer kleren kopen dan vijftien jaar geleden en we ze slechts half zo lang bewaren. Kleding is een wegwerpproduct geworden: een nieuwe prijs-kwaliteitverhouding, de razendsnelle opeenvolging van collecties en online shoppen waarbij je niet zelden de helft van je aankopen terugstuurt, veranderden onze kijk op kleding de voorbije decennia drastisch. Niet zonder gevolgen, toch?

Ik besef goed dat bovenstaande nogal negatief klinkt en gevaarlijk dicht in de buurt van doemdenken komt… En neen daar mogen we ons niet door laten vangen: positief denken en doen, onze eigen weg zoeken, zelf stapjes vooruit blijven zetten en zo anderen hopelijk ook inspireren, dat is waar we toch best op inzetten. Dat groeit lokaal, kleinschalig. Ik ervaar het bijvoorbeeld bijna dagelijks in de wonderlijk mooie “Tannekes Tuin” van Tielt, een samentuin van VELT (Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren). Een plek waar iedereen welkom is, waar het zoemt van de bijen maar ook van respect voor elkaar en voor het moois wat de natuur ons biedt. Waar het kleeft van kleefkruid en sociale cohesie. Ja, er zijn veel hoopgevende verhalen en initiatieven om ons aan op te trekken. Kijk ook naar Greta Thunberg. Zo ongelofelijk inspirerend en hoopgevend. Wat hoor ik ze graag spreken: rustig, weloverwogen, klare taal. Pijnlijk om vast te stellen dat zovele mensen daar steevast denigrerende opmerkingen op moeten geven, zoals ook nu weer op haar plan om met een zeilboot de Atlantische Oceaan over te steken

Laat ons toch ook maar scherp genoeg blijven en ons niet laten meeslepen door de vaak makkelijke excuses waarachter we ons zo snel wegsteken… “Het kan maar zo gemakkelijk zijn”, “we hebben geen tijd, het moet snel gaan”, “het kost toch niets”, “we leven maar één keer”, “een ander doet het ook niet”, “ze moeten het maar weten”, “ze pakken ons werk af”, “wie gaat dat betalen?” of bovenal: “wat ik zelf doe, maakt toch geen verschil”. Hoe vaak hoor je dat soort antwoorden die werken als een blokkade op elke verandering, op elke poging om een oplossing te vinden voor wat moeilijker is, minder comfortabel is. We gaan steeds meer en steeds sneller voor gemak, comfort, snelheid, eigen vrijheid eerst, kant-en-klaar, veilig driedubbel verpakt. Als wij het maar goed hebben. Als ik maar een zakje Doritos kan eten als ik daar zin in heb. Als de luchtkwaliteit in mijn straat maar goed is. Maar we sluiten snel de ogen als het gaat over de gevolgen van onze keuzes en hoe we die afschuiven tot ver over onze landsgrenzen. We gebaren dat we het niet horen als iemand ons zegt dat het helemaal niet zo perfect gaat met ons sorteren en recycleren, want dat ons afval aan de andere kant van de wereld wordt gedumpt.

Het is voor velen vakantie. Een goed moment misschien om even te vertragen, een stapje achteruit te doen. Even uit te zoomen en te kijken naar jouw levensstandaard vanuit een wereldperspectief. We zeggen snel dat iets niet eerlijk is, we denken snel dat wij benadeeld zijn. Maar wat is niet eerlijk? En voor wie? We kunnen daar zelf wel een beetje een antwoord op bedenken, niet?

67340709_416712789052020_1434070261371502592_n

Tournée Pédale… zijn we de pedalen kwijt?

Vandaag, op 6 mei, startte in Oost-Vlaanderen Tournée Pédale, een campagne die mensen, individueel, als gezin of als organisatie, uitdaagt om gedurende drie weken de auto zoveel mogelijk aan de kant te laten staat. Het gaat er niet perse over de auto volledig te bannen, maar wel even stil te staan bij momenten waarbij een alternatief eigenlijk mogelijk is: stappen, de fiets nemen, het openbaar vervoer, autodelen… Wij wonen dan wel niet in Oost-Vlaanderen, maar gaan de uitdaging in elk geval aan en proberen de komende weken de auto enkel van stal te halen in functie van carpool afspraken.

De meimaand lijkt wel de maand van het nieuwe begin, het betere leven, het stilstaan bij de impact van ons dagdagelijks doen en laten: mei plasticvrij, week van de korte keten en nu dus ook Tournée Pédale. Het zijn kleine acties, misschien niet meer dan druppels op een hete plaat, maar toch zetten ze wat in beweging. Ze doen ons even stilstaan en hoewel dit bij velen weer zal vervagen na een korte tijd, zal het altijd een groep mensen aanzetten tot blijvende verandering. Wellicht en hopelijk een steeds grotere groep.

Klimaat staat in de top vijf van de thema’s die de stemgerechtigde Vlamingen het meest zorgen baren, zo blijkt uit een bevraging van VRT waarvan de resultaten vandaag bekend gemaakt werden. De andere thema’s, waaronder de angst om ongeneeslijk ziek te worden, migratie en de vrees dat de volgende generatie het minder goed zal hebben, hangen daar trouwens misschien wel sterker mee samen dan we op dit moment denken. Eveneens vandaag in het nieuws: de vernietiging van biodiversiteit heeft een niveau bereikt dat ons welzijn minstens even sterk bedreigt als de door de mens veroorzaakte klimaatverandering… De volgende paniekreactie? Weer een crisis die wel weer zal overwaaien? Of eerder een duidelijk signaal dat er iets grondig fout zit? Als we het even zeer egocentrisch mogen stellen: dit gaat niet (meer) zomaar over een paar plantjes en dieren, maar over een trend die wereldwijd een grote impact op ons menselijk welzijn kan en zal hebben.

Hoewel de klimaatverandering niet zomaar een zoveelste “milieuprobleem” te noemen is maar van een andere grootteorde is (zoals Pieter Boussemaere stelt in zijn boek 10 klimaatacties die werken), en hoewel een actie als Mei Plasticvrij op het eerste zicht weinig met klimaat te maken lijkt te hebben, is het toch allemaal sterk aan elkaar gelinkt. Een concreet voorbeeld? Plastics zijn gemaakt van oliederivaten dus minder plastics leidt meteen al tot minder verbruik van fossiele brandstoffen. Minder verpakking tout court leidt ook tot pakken minder transport. Neem nu het eenvoudige en tegelijkertijd absurde voorbeeld van de aankoop van drinkwater in plastic of glazen flessen… Koop je op citytrip in Luik een fles Chaudfontaine, dan heeft die fles, zelf als hij van glas is, al heel wat kilometers achter de rug: om ze in te zamelen, te spoelen, terug te vullen, … En dat terwijl de eigenlijke waterbron vlakbij ligt. En dat in een land waar we de ongelofelijke luxe hebben dat kraantjeswater zo’n hoge kwaliteit heeft.

Dat allemaal gezegd zijnde: zelf nam ik samen met mijn collega vandaag de trein naar… Sopron, in Hongarije, voor een driedaagse vergadering binnen een Europees project. Als enigen namen wij de trein en niet het vliegtuig. Jawel, een stevige trip van een goeie 14 uur. Al bij al eigenlijk vrij vlot voor zo’n afstand. ICE trein van Brussel van Frankfurt, overstappen voor een volgende rit van Frankfurt naar Wenen, en uiteindelijk een lokale trein de grens over naar Sopron. In de bagage: een brooddoos, een drinkfles en – niet onbelangrijk – mijn metalen koffiebeker. Noem het een stukje van mijn verhaal binnen Tournée Pédale en Mei Plasticvrij.

Geen verloren dag: geen verkeersstress, onderweg vlot kunnen werken op de laptop, maar ook kunnen genieten van de uitgestrekte landschappen in Duitsland, Oostenrijk en Hongarije. Eén van de meest opvallende beelden toch wel: de vele windmolens en grote velden met zonnepanelen in het Duitse landschap. Het oogt hoopgevend: stap per stap op weg naar meer herbruikbare energie. Maar dan zie ik een zeer recent artikel uit Der Spiegel en blijkt alweer dat we er nog lang niet zijn: het ontbreekt, ook in het welvarende Duitsland, aan netwerken, opslagcapaciteit en bovenal aan politieke wil en degelijk management. En zo wordt de transitie naar hernieuwbare, groene energie opnieuw als naïef gezien. Nochtans, zuiver technologisch gezien zou het blijkbaar mogelijk zijn om het energiesysteem te bevrijden van fossiele brandstoffen tegen 2050, zeker in een hoogtechnologische locatie als Duitsland. Maar het is duidelijk dat er meer nodig is dan alleen technologie.

Als je zo rondkijkt vanuit de trein naar die grote plantages van zonnepanelen, dan merk je natuurlijk ook op dat die velden veel ruimte in beslag nemen, ruimte die ook gebruikt kan worden voor andere zaken, zoals voedselproductie. Voortdurend moeten we moeilijke afwegingen maken rond ruimtegebruik. Maar ook daar kunnen we creatief mee aan de slag: ik zag terreinen waar kippen, schapen en zelf koeien graasden tussen de verhoogde zonnepanelen. Extensieve veeteelt biedt in dit concrete geval dus een mogelijkheid om de beschikbare ruimte slimmer te benutten… Veeteelt, nog zo’n moeilijk issue binnen het klimaatdebat, maar misschien is het niet alleen de vraag wat we eten die ons moet bezighouden, maar ook hoe en waar we dat voedsel produceren. Dat bepaalt de kwaliteit ervan en de impact op onze planeet. Had ik niet al eens geschreven dat dat stof kon zijn voor een volgend tekstje? Het zal toch nog even tijd vragen om dat allemaal goed op een rijtje te krijgen… Complexe materie.

 

De verborgen impact – deel 1

Met een hoop dingen die we doen hebben we impact op onze planeet: we bouwen, verbouwen, produceren, vervoeren. Dat wist je al natuurlijk. Maar wat we veel te weinig beseffen, is dat vaak maar een klein stukje van die impact zichtbaar is. Zwerfvuil, plastic verpakkingen, autorijden, vliegreizen, energieverbruik in huis. Daar hebben we het met z’n allen – terecht! – over en daar willen we vaak ook iets aan doen. Maar omdat een groot deel van de impact van onze keuzes buiten ons zicht plaatsvindt, ergens aan de andere kant van de wereld, maken we niet altijd de slimste keuzes. Integendeel: onbewust veroorzaken we vaak andere problemen. En dat moet beter. Het voorbeeldje van biodiesel op basis van palmolie kennen jullie wellicht al: het lijkt op het eerste zicht goed dat we fossiele brandstoffen willen vervangen door biodiesel, want inderdaad: de bron (biomassa) is duurzaam, raakt niet uitgeput en planten en bomen nemen tijdens hun leven CO2 uit de lucht. Wat dus uitgestoten wordt, werd aan de bron uit de lucht gehaald. Maar toch: de teelt van veel bio-energiegewassen is energie-intensief, en biodiesel op basis van bv palmolie leidt ver van hier tot massale ontbossing om palmolieplantages aan te leggen. Het hele proces van ontbossing, ontginning, transport en raffinage leidt uiteindelijk tot een CO2 emissie die tot 3x hoger ligt dan een fossiele brandstof. Afschrijven dus die biodiesel? Neen, zeker niet. Maar de bedenkingen geven aan dat het maximale potentieel van biomassa beperkt is. We moeten de impact kennen van wat we doen en wat we veranderen. En werken aan het alternatief tot het echt beter is.

Babette Porcelijn heeft alvast iets fantastisch gedaan: zij schreef een boek over die verborgen impact. Ze heeft het over alles wat je moet weten én wat je zelf kunt doen. Een echte aanrader voor iedereen die wat meer eco-positief wil gaan leven. Dus: lees niet verder op deze blog, maar ga naar haar website en bestel het boek. Goeie daad voor vandaag.

Of als je toch nog wat verder leest, geef ik je een concreet voorbeeld uit haar boek: het geval “auto”. Bijna iedereen die een nieuwe auto koopt, houdt daarbij rekening met het energielabel. Je huidige auto wegdoen en meteen een zuinige auto aanschaffen: een goeie daad voor het milieu, niet? Maar hoeveel energie is er eigenlijk nodig om een nieuwe auto te maken? Moeilijk te achterhalen en afhankelijk van heel veel variabelen, maar grofweg kan je stellen dat alle energie die “verborgen” zit in de belangrijkste materialen van de auto (staal, aluminium, kunststof) én de energie nodig om de auto te fabriceren, samen goed zijn voor ongeveer 4000 liter benzine. Pak me niet op dat cijfer, het is een inschatting, maar wel een goeie. Stel dat je met je nieuwe, energiezuinige auto opeens 20 kilometer verder kan rijden met één liter benzine, dan duurt het voor een gemiddelde automobilist al snel 13 jaar vooraleer je energie begint te besparen met je zuinige nieuwe auto… Toch maar niet te snel weg doen, die oude wagen? Of wel: oude auto’s stoten ook meer fijnstof en andere vervuilende stoffen uit, dus dat is dan weer beter. Exporteren dus die handel, zodat we het Afrikaanse continent kunnen opzadelen met onze ecologische rampspoed? Kan dus beter.

Een elektrische auto dan maar? Om die vergelijking te maken, moet je opnieuw de hele keten van een auto in kaart brengen: van de productie van de grondstoffen, de productie van de auto-onderdelen, de energie voor het maken van de auto, het transport naar de dealers, de productie van elektriciteit of brandstof, het gebruik zelf (opladen of tanken), het afdanken van de auto. Een hele boterham. Geen schrik: ik bespaar je de berekening, maar de slotsom blijkt effectief positief te zijn voor de elektrische auto, die een heel pak minder impact heeft dan de benzinewagen. Elektromotoren zijn veel efficiënter en laten veel minder van de opgewekte energie verloren gaan (aan warmte, wrijving, etc.). Dat is goed, maar misschien nog niet genoeg. Want er is vooral een verschuiving van impact: minder fijnstof en minder CO2, maar meer gifstoffen, onder meer voor het maken van de batterij, waar ook schaarse mineralen en metalen voor nodig zijn, zoals lithium, koper en zilver. De elektrische auto scoort vooral beter als hij wordt opgeladen met groene energie. Daar moeten we sowieso keihard op inzetten. Anders verplaatsen we alweer het probleem…

Over auto’s gesproken: nog enkele wist-je-datjes misschien, omdat de optelsom altijd meer zegt:

  • De ruim 830 miljoen personenauto’s in de wereld verbruiken ruim 130 miljoen liter benzine per uur. En intussen is dat cijfer zelf al achterhaald.
  • Er worden 6600 nieuwe auto’s per uur gemaakt, dat is 58 miljoen per jaar.
  • Om de CO2 uitstoot van de wereldwijde productie en alle verbrande benzine uit de lucht te halen, zouden we per jaar een bos ter grootte van Brazilië moeten planten. Maar verdwijnt daar nu niet net veel bos, ook al omwille van onze consumptiedrang en eetpatronen?
  • Je zou 1200 bomen moeten planten om de CO2 uitstoot van je nieuwe auto te compenseren.

Meer dan genoeg gezeurd… Waarom vertellen we dat nu allemaal? Omdat jij daar zeker ook iets aan kan doen. Meer dan je denkt!

  • Evident, maar het blijft de beste: neem de trein, de bus, de fiets of ga te voet. Dat gaat vaker dan je denkt. Probeer het eens voor alle afstanden onder de vijf kilometer? Korte autoritten zijn door het vele stoppen, starten en parkeren erg inefficiënt.
  • Rij je oude auto helemaal op, repareer hem. En koop daarna liefst geen nieuwe.
  • Kies een lichte, zuinige tweedehands auto. Liefst elektrisch: de eerste vloot elektrische auto’s arriveert intussen op de tweedehandsmarkt.
  • Wil je toch een nieuwe auto hebben, kies dan een kleine elektrische auto, lichtgewicht en aerodynamisch. Check www.ev-database.nl voor concrete informatie over elektrische wagens. En leg alvast zonnepanelen om je elektrische wagen op te laden.
  • Overweeg autodelen. Voor meer informatie: check www.autodelen.net of www.bewustverbruiken.be.
  • Let bij aankoop van een nieuwe auto op dat cijfers over zuinigheid van fabrikanten in de praktijk niet altijd kloppen. Praktijkcijfers van automobilisten kun je vinden op websites voor autogebruikers.
  • En tot slot nog even iets over snelheid. Het enige voordeel van hard rijden is dat het leuker is… Verder dient het echt nergens toe. Echt niet. Integendeel, het vervuilt: de luchtweerstand en het gewicht bepalen voor een groot deel je verbruik en dat neemt snel toe als je harder rijdt. Veel auto’s verbruiken bij 130 km/uur tot 40% meer brandstof dan bij 110 km/uur. En de tijdswinst valt echt tegen hoor.

Ok, je hebt gelijk. Dat is veel om op te letten en veel om te doen. En je hebt gelijk: wij doen dat ook niet altijd en niet allemaal. Maar probeer hier en daar wat te verbeteren waar het kan, stap per stap. Met z’n allen kunnen we veel in beweging zetten. En dan durven hopen dat er wat politici met moed overblijven, om bijvoorbeeld de uitbouw van een slim, groen elektriciteitsnet te versnellen en te investeren in opslagtechnieken voor groene energie. En om het rekeningrijden toch in te voeren.

O ja, benieuwd: als we een top 10 zouden opstellen van de grootste impacts in Tielt, zou de TAC rally dan in de top 3 staan? En zou de Tieltse Automobielclub bereid zijn die impact te compenseren? Misschien moet iemand dat toch eens vragen.

1115570473

Plastic bolletjes in de tuin

Onze tuin… Voor velen ziet ze er waarschijnlijk uit als een stukje nogal verwilderde grond van een nogal gemakzuchtige tuinier, maar voor ons is het een klein ecosysteempje waar we de natuur wat ruimte willen geven, in balans met speelruimte voor de kindjes. Hier vind je geen druppel bestrijdingsmiddel, geen korrel kunstmest, geen gestofzuigd blokje gazon. Een paar kippen, een composthoek, een mix van wat bessen-, fruit- en notenstruiken en bomen, een klimboom, en vooral spontaan verwilderde hoekjes en takkenhopen, … Het is ons mini-paradijsje voor vogels, egels, bijen, vlinders en bodemleven. Mensen onderschatten de enorme biodiversiteitswaarde van privétuinen in verstedelijkt gebied. Wist je dat bijna 10 procent van de oppervlakte in Vlaanderen uit tuin bestaat? Dat bracht Valerie Dewaelheyns in beeld. Jammer genoeg bestaat een aanzienlijk deel daarvan uit verharde oppervlaktes, tuinhuisjes, parking en steriele gazons… Gelukkig zetten organisaties zoals VELT zich in om mensen te doen inzien dat het ook anders kan.

Maar goed, dat gezegd zijnde: al bijna een jaar lang vinden wij regelmatig kleine piepschuim bolletjes in onze tuin… dat blijken EPS korrels te zijn. Deze “pareltjes” bestaan uit geëxpandeerd polystyreen en worden onder meer gebruikt voor spouwmuurisolatie. Wellicht heeft iemand in de buurt dus met de allerbeste bedoelingen de isolatiewaarde van zijn huis verbeterd… Jawel, een mooi voorbeeld alweer van hoe we er toch steeds weer in slagen om het ene probleem op te lossen en meteen een ander te veroorzaken. We willen – meer dan terecht! – ons energieverbruik reduceren, maar zadelen onze planeet op met een nauwelijks oplosbaar nieuw afvalprobleem. En onze overheid speelt het spelletje mee: vaak geleid en gedreven door korte termijn denken en economische belangen, en gestuurd door de lobby van de kunststoffenindustrie, stimuleert ze het gebruik van niet-duurzame materialen bij het bouwen, verbouwen en isoleren van onze woningen. Of om het iets voorzichtiger te zeggen: ze stimuleert in elk geval níet het gebruik van wel-duurzame alternatieven…

Maar misschien nog het ergst van al: we worden voortdurend misleid als we ons proberen goed te informeren. Want wat is het eerste wat je te lezen krijgt als je meer wil weten over de voor- en nadelen van bijvoorbeeld EPS korrels voor spouwmuurisolatie? “EPS korrels zijn zeer milieuvriendelijk want ze zijn 100% recycleerbaar en bijzonder duurzaam“. Hmmm. Zonder uitspraak te willen doen over de al dan niet relatief betere milieueigenschappen dan de alternatieven, lijkt “duurzaam” in dit geval vooral te interpreteren als “nooit meer weg te krijgen”. De producenten verleiden ons met het verhaal dat de uitgangsmaterialen van polystyreen biologisch afbreekbaar zijn… Maar net als met vele andere kunststoffen betekent dat helemaal niet dat het eindproduct dat ook is, integendeel! En die 100% recycleerbaar? Dat zal in theorie misschien wel zo zijn, maar het valt toch niet te ontkennen dat het in de praktijk steevast anders uitdraait. In het beste geval wordt een deel terug gerecupereerd en krijgt het een nieuw leven of wordt het energetisch gevaloriseerd (verbrand), maar grote hoeveelheden gaan sowieso verloren, dat bewijzen alvast ook de vele EPS korrels in onze tuin en wellicht die van al onze buren.

Dat verhaal gaat eigenlijk op voor de hele kunststoffen en plastic problematiek: zelf na een eventueel tweede leven komen heel wat van die materialen, vaak gefragmenteerd tot niet meer te verwijderen kleine stukjes, in ons milieu terecht. Dat negeren is zo’n beetje hetzelfde als ontkennen dat de klimaatverandering een feit is, maar ook daar komt men blijkbaar nog goed mee weg op vandaag…

Toegegeven, het is vaak een moeilijk verhaal, die materiaalkeuze bij bouwen en verbouwen. Tal van studies worden gewijd aan het vergelijken van de milieu impact van verschillende materialen, en vaak lijkt dat toch vrij complex te zijn en van veel factoren af te hangen. En waar besteed je aandacht aan? Levensduur, isolatiewaarde, milieu impact, gezondheid, recyclagemogelijkheden, kostprijs, …? Gidsen proberen ons wegwijs te maken, maar velen zullen wel herkennen dat dit vaak tot twijfel en milieu dilemma’s leidt. Het doet me ook wat denken aan de eeuwige glazen versus plastiek flessen discussie … De één beweert dat glazen flessen beter zijn voor het milieu, de ander net het tegenovergestelde… Hoe zit het nu juist? De waarheid ergens middenin?

Wel, hoe dan ook, er zijn een paar feiten die je in elk geval goed moet beseffen als we het over plastics hebben. Wist je bijvoorbeeld dat slechts 9% van alle plastics ooit gerecycleerd wordt, ook al zijn in theorie de mogelijkheden zoveel groter? Laat je dus niet te snel misleiden door theoretische praatjes, maar kijk naar de feiten. We exporteren bovendien een groot deel van ons plastiek, bijvoorbeeld richting China, en zadelen zo andere landen op met een milieulast die wij grotendeels hebben gecreëerd. Een deel van dat plastic keert terug onder de vorm van allerhande prularia, waar onder meer grote en goedkope winkelketens type Action mee lopen te leuren, om dan al snel opnieuw in de vuilbak te belanden. (Tussen haakjes: wist je trouwens dat Action een echt “wegwerp-assortiment” heeft? Je moet het maar zonder enige schaamte durven te promoten…). Intussen heeft dat plastiek wel al heel wat kilometers afgelegd en eindigt het, weliswaar via een omweg, toch weer in het milieu. Bovendien, sinds kort moet men in China ons afval niet meer hebben. Dat heeft wereldwijd enorme consequenties: in de VS is het recycleren drastisch gereduceerd, plastiek wordt meer dan ooit in grote hoeveelheden gewoon ondergronds begraven in landfills. Kijk dus om je heen, en kijk naar deze trailer: de beelden liegen er niet om. De impact is gigantisch en bijzonder onrustwekkend.

Een drastisch ander afvalbeleid dringt zich op, zoveel is duidelijk. Een afvalbeleid waarin we vooral moeten focussen op reduceren van productie en consumptie van plastics, en niet louter op recycleren.

“Don’t expect to see a change if you don’t make one…”

53853876_10218312262014983_689440043118362624_n

Over zotte ideeën, gezonde handel en verbondenheid

Op een dag vind je bondgenoten voor al je wilde ideeën!

Met een groepje gelijkgezinde mensen uit Tielt hebben we beslist om de handen in elkaar te slaan… We willen op een leuke manier een groter bewustzijn creëren rond het belang van een duurzamere levensstijl en aankoopgedrag: medeburgers maar ook winkels, jeugdbewegingen, scholen, lokaal bestuur… aanzetten tot minder plastiek verbruik, tot milieubewust en lokaal kopen of zelf producten maken. WOP! ten top!

En waarom niet… een nieuw winkelconcept in Tielt. Een winkelconcept dat verpakkingsvrij is, waarbij geen onnodige spullen verkocht worden en waarbinnen samenwerken en samenzijn centraal staat. Een plek waar verbondenheid en begrip tussen producent, verkoper en consument de basis vormen.

Gisteren gingen we alvast samen inspiratie opdoen in Gent.

Luc en Mia van De Blauwe Bloem leerden ons alles over associatieve economie, waarbij consument en winkelier samenwerken. Over hoe gezonde handel eigenlijk weinig te maken heeft met geld verdienen, maar met samenwerken, verbinden en bemiddelen. Met zorg dragen voor elkaar. Over hoe je kan streven naar het welzijn van een groep van samenwerkende mensen. En over hoe je ertoe kunt komen om in een winkel quasi geen overschotten of afval te hebben.

Emmanuelle van Ohne maakte ons wegwijs in de wereld van de zero waste winkels, en gaf ons een nuchter beeld rond alles wat bij het opzetten van zo’n initiatief komt kijken. Dank u wel daarvoor!

Een winkel met eerlijke en gezonde producten, met een gezicht en verhaal voor elke producent. Een winkel zonder afval, zonder overschotten. Een ontmoetingsplaats waar het fijn is om te komen, waar heel wat te leren en beleven valt, waar mensen te bewegen zijn tot verandering. Dat is wat we voor ogen houden.

Dit verhaal krijgt nog een staartje!

 

De bal ligt in ieders kamp

Eco-fundamentalisten, eco-realisten, eco-dictators, klimaatontkenners, complottheorieën, schuldgevoelens aanpraten, contraproductieve initiatieven, … Er wordt de laatste dagen en weken met nogal felle bewoordingen geschreven en gereageerd op het “klimaatmomentum” zoals we dat nu meemaken.  De één stelt dat we nooit genoeg inspanningen kunnen doen of dat het al lang te laat is om de klimaatdoelen te halen, de ander vindt dat bepaalde groepen geen recht van spreken hebben of dat het allemaal één groot complot is, nog een ander stelt dat we het allemaal niet zo moeten dramatiseren, en zo kunnen we nog even doorgaan. Er beweegt heel wat. Dat is bemoedigend en voelt tegelijkertijd soms ongemakkelijk. Bemoedigend omdat zovele mensen het momenteel over klimaat en milieu hebben. En er oprecht mee begaan zijn. Omdat het gevoel leeft dat er wat moet gaan veranderen. Het hangt in de lucht. Ongemakkelijk omdat er niet genoeg in 50 tinten grijs geredeneerd wordt. Iets is goed of iets is slecht, maar hé, wat met alle nuances? Ongemakkelijk omdat het in vele debatten, opiniestukken, gesprekken en artikels nog té weinig over de essentie gaat. Over de uitdaging op zich. Over objectieve gegevens en concrete veranderingen, maatregelen en acties. Ongemakkelijk omdat er ook velen zijn die de milieu- en klimaatdiscussie strategisch of economisch uitspelen. Lobbyisten van grote spelers opereren achter de schermen. Schaamteloos gebruiken ze hun macht, maar niet genoeg op een manier die wenselijk is. Tekenen voor onze toekomst? Graag, maar niet als daar een weinig transparante agenda achter zit. Geen greenwashing aub maar echt impact. Gelukkig zijn er ook meer en meer positieve, hoopgevende voorbeelden. Dank je Hema, Ikea, Lidl, Carrefour en Delhaize om de strijd met plastic aan te gaan en zo een voorbeeld te stellen. Blijven gaan, zou ik zeggen. En dat velen mogen volgen!

Teleurstellend is dan weer dat het kleinmenselijke spel van vingerwijzen en doorschuiven té vaak gespeeld wordt in dit verhaal. Ik grijp het opiniestuk van Patrick Loobuyck in De Standaard (12/2/2019) aan. Een opiniestuk dat intussen fel besproken wordt, onder meer in het weerwoord van Robrecht Vanderbeeken en Kristof Decoster. Loobuyck stoort zich eraan dat sommigen vliegreizigers een schuldgevoel proberen aan te praten. Of algemener: hij stoort zich aan het leggen van de verantwoordelijkheid bij het individu en aan het moraliserende vingertje. Ok, hij haalt een belangrijk punt aan, want effectief: elkaar een schuldgevoel aanpraten en met het vingertje wijzen, is maar al te vaak contraproductief. Het leidt tot polarisering, tot een indeling in “de goeien” en “de slechten”. En op termijn zorgt dat ervoor dat mensen afhaken. En inderdaad: zolang de echt grote spelers hun macht niet op de juiste manier aanwenden en hun schouders onder milieu en klimaat zetten, zal er niet genoeg veranderen. Verzinken vele inspanningen in het niets. Zolang onze beleidsmakers geen holistisch plan hebben, geen ambitieuze maatregelen nemen en geen politieke moed tonen, op alle niveaus en internationaal, komt er naar alle waarschijnlijkheid geen structurele oplossing. Maar toch: Ik stoor me in het opiniestuk van Loobuyck opnieuw aan het maar al te gemakkelijk doorschuiven van de maatschappelijke verantwoordelijkheid. Individueel verantwoordelijkheid opnemen is echt niet zo irrationeel. Want we hebben nu niet meer de tijd om niets te doen en alleen maar te wachten tot die grote en structurele aanpak er komt, als ze komt. Het klopt dat een individuele actie een druppel op een hete plaat is. Maar vele druppels zullen die plaat wel afkoelen. Het is de wet van de grote getallen: de collectieve impact is toch de som van de individuele inspanningen, niet? Als de stem van alle individuen samen maar luid genoeg blijft klinken, zullen de groten wel volgen. Mensen inspireren mensen. Zolang dat maar op een respectvolle manier gebeurt. Zolang we geen waardeoordeel vellen en ieder wat vrijheid geven om te beslissen op welke manier hij of zij een steentje bijdraagt. We zij allemaal bondgenoten in deze strijd. En zo gaat de bal, die in ieders kamp ligt, misschien toch aan het rollen…