Eco-fundamentalisten, eco-realisten, eco-dictators, klimaatontkenners, complottheorieën, schuldgevoelens aanpraten, contraproductieve initiatieven, … Er wordt de laatste dagen en weken met nogal felle bewoordingen geschreven en gereageerd op het “klimaatmomentum” zoals we dat nu meemaken.  De één stelt dat we nooit genoeg inspanningen kunnen doen of dat het al lang te laat is om de klimaatdoelen te halen, de ander vindt dat bepaalde groepen geen recht van spreken hebben of dat het allemaal één groot complot is, nog een ander stelt dat we het allemaal niet zo moeten dramatiseren, en zo kunnen we nog even doorgaan. Er beweegt heel wat. Dat is bemoedigend en voelt tegelijkertijd soms ongemakkelijk. Bemoedigend omdat zovele mensen het momenteel over klimaat en milieu hebben. En er oprecht mee begaan zijn. Omdat het gevoel leeft dat er wat moet gaan veranderen. Het hangt in de lucht. Ongemakkelijk omdat er niet genoeg in 50 tinten grijs geredeneerd wordt. Iets is goed of iets is slecht, maar hé, wat met alle nuances? Ongemakkelijk omdat het in vele debatten, opiniestukken, gesprekken en artikels nog té weinig over de essentie gaat. Over de uitdaging op zich. Over objectieve gegevens en concrete veranderingen, maatregelen en acties. Ongemakkelijk omdat er ook velen zijn die de milieu- en klimaatdiscussie strategisch of economisch uitspelen. Lobbyisten van grote spelers opereren achter de schermen. Schaamteloos gebruiken ze hun macht, maar niet genoeg op een manier die wenselijk is. Tekenen voor onze toekomst? Graag, maar niet als daar een weinig transparante agenda achter zit. Geen greenwashing aub maar echt impact. Gelukkig zijn er ook meer en meer positieve, hoopgevende voorbeelden. Dank je Hema, Ikea, Lidl, Carrefour en Delhaize om de strijd met plastic aan te gaan en zo een voorbeeld te stellen. Blijven gaan, zou ik zeggen. En dat velen mogen volgen!

Teleurstellend is dan weer dat het kleinmenselijke spel van vingerwijzen en doorschuiven té vaak gespeeld wordt in dit verhaal. Ik grijp het opiniestuk van Patrick Loobuyck in De Standaard (12/2/2019) aan. Een opiniestuk dat intussen fel besproken wordt, onder meer in het weerwoord van Robrecht Vanderbeeken en Kristof Decoster. Loobuyck stoort zich eraan dat sommigen vliegreizigers een schuldgevoel proberen aan te praten. Of algemener: hij stoort zich aan het leggen van de verantwoordelijkheid bij het individu en aan het moraliserende vingertje. Ok, hij haalt een belangrijk punt aan, want effectief: elkaar een schuldgevoel aanpraten en met het vingertje wijzen, is maar al te vaak contraproductief. Het leidt tot polarisering, tot een indeling in “de goeien” en “de slechten”. En op termijn zorgt dat ervoor dat mensen afhaken. En inderdaad: zolang de echt grote spelers hun macht niet op de juiste manier aanwenden en hun schouders onder milieu en klimaat zetten, zal er niet genoeg veranderen. Verzinken vele inspanningen in het niets. Zolang onze beleidsmakers geen holistisch plan hebben, geen ambitieuze maatregelen nemen en geen politieke moed tonen, op alle niveaus en internationaal, komt er naar alle waarschijnlijkheid geen structurele oplossing. Maar toch: Ik stoor me in het opiniestuk van Loobuyck opnieuw aan het maar al te gemakkelijk doorschuiven van de maatschappelijke verantwoordelijkheid. Individueel verantwoordelijkheid opnemen is echt niet zo irrationeel. Want we hebben nu niet meer de tijd om niets te doen en alleen maar te wachten tot die grote en structurele aanpak er komt, als ze komt. Het klopt dat een individuele actie een druppel op een hete plaat is. Maar vele druppels zullen die plaat wel afkoelen. Het is de wet van de grote getallen: de collectieve impact is toch de som van de individuele inspanningen, niet? Als de stem van alle individuen samen maar luid genoeg blijft klinken, zullen de groten wel volgen. Mensen inspireren mensen. Zolang dat maar op een respectvolle manier gebeurt. Zolang we geen waardeoordeel vellen en ieder wat vrijheid geven om te beslissen op welke manier hij of zij een steentje bijdraagt. We zij allemaal bondgenoten in deze strijd. En zo gaat de bal, die in ieders kamp ligt, misschien toch aan het rollen…